Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de grasvelden in 't middelgebergte van Zevenburgen hier en daar even veelvuldig aangetroffen als hare stamouders; Marrubium remotum, een Malrovehybride van Marrubium peregrinutn en Marrubium vulgare, is overal in de vlakke streken van Zuidoost Eurpa, vooral in de laaglanden van de Theiss en

de Beneden Donau te vinden.

Nasturtium (Eoripa) anceps, een bastaard van Xnsturtium amphibhim en Nasturtium sglvestris, is door het geheele Baltische laagland aan te treften; Primula digenea, een bastaard van Primula acaulis, de Stengellooze, en J'nIIIula elatior, de Hoogsteng elige Sleutelbloem, wordt bij duizenden aangetroffen op de bergweiden in het voorgebied der Oostenrijksche Alpen; Betula alpestris, die aan een kruising van lid ula alba en liet ula nana haren oorsprong dankt, is in den Jura, in Scandinavië en in Noord-Rusland in grooten getale te vinden en vormt heele groepen. Xigritella suaceolens, een hybride van Gymnadenia conopsea en Xigritella tiigra, is in de Centraal-Alpen, met name in het Tiroolsche Pustcrdal, zoo veelvuldig, dat men op enkele Alpenweiden honderden exemplaren aantreft; Primula Salisburgensis, een hybride van Primula glutinosa en Primula minima, vindt men in de Hoogalpen van Tirol, bijvoorbeeld op de hellingen van hot Muttenjoch en de aangrenzende, het Achter-Gschmtzdal van het Obernbergdal scheidende bergen, in een tallooze menigte exemplaren verspreid.

De omstandigheid, dat de bastaarden in alle mogelijke graden van verspreiding en menigvuldigheid voorkomen, zou kunnen doen meenen, dat de zeldzame bastaarden het laatst ontstaan waren en dat zij alleen daarom in afzonderlijke, weinig talrijke exemplaren voorkomen, omdat hun nog niet de voor vermenigvuldiging en verspreiding noodige tijd was gegund. Deze opvatting zou echter niet overeenkomen met de feiten. Een foit is het toch, dat ten gevolge van de inrichting der bloemen, die de onderlinge kruising van verschillende soorten bevordert, er voortdurend bastaarden ontstaan; de vraag echter, of deze alle kans hebben nieuwe soorten te worden, moet beslist ontkennend worden beantwoord. Velen zijn geroepen, weinigen uitverkoien. Slechts een deel van de tallooze, jaarlijks door kruising tusschen twee soorten ontstaande nieuwe plantenvormen hebben het vermogen, zich in stand te houden, te vermenigvuldigen en te verspreiden. De eerste voorwaarde, die vervuld moet worden, als uit een bastaard een soort zal worden, is dat de hybride vruchtbaar zij, dat is dat hare bloemen, met eigen stuifmeel bestoven, kiemkrachtige zaden leveren.

Met „eigen stuifmeel" wordt hier niet alleen het stuifmeel bedoeld, dat zich in dezelfde bloem of op dezelfde plant bevindt, die den te bestuiven stempel draagt, het kan ook van de bloemen van een ander exemplaar deiplant afkomstig zijn, alleen moet dat exemplaar tot denzelfden bastaardvorm behooren. Bij deze voorwaarde voegt zich voor alle planten met tweehuizigo, schijnbaar-tweeslachtige en volkomen dichogame bloemen een tweede, namelijk dat gelijktijdig verscheiden exemplaren van de hybride aanwezig zijn en dat van die bastaarden minstens één stuifmeelblo emen en één stamper bloemen bezit.

Sluiten