Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor liet geheel der plantenwereld een nadeel en dus ver van een volmaking zou wezen.

Hier moet uitdrukkelijk worden gezegd, dat de door kruising ontstaande nieuwe plantenvormen niet voor bepaalde omstandigheden berekend, of met andere woorden, dat zij niet op de te verwachten veranderingen van het klimaat planmatig voorbereid zijn. Niet weinige zijn toegerust op een wijze, die het besluit rechtvaardigt, dat zij noch onder den invloed van een ruwer, noch onder dien van een zachter klimaat zouden kunnen bestaan, en dergelijke nieuwe plantenvormen hebben natuurlijk ook geen toekomst. Alleen die vormen kunnen in wezen blijven, zich voortplanten en zich vermenigvuldigen en vasten voet krijgen, die door hunne inwendige organisatie en hun uitwendigen vorm met de onmiddellijk gegeven omstandigheden van de standplaats, dat is met het daar heerschend klimaat in harmonie zijn.

Plantenvormen, welker bouw zóó is, dat bij de heerschende uitwendige omstandigheden een gezond leven voor hen niet mogelijk is, gaan te gronde; zij worden door die, welke levenskrachtig zijn gebleken, overwoekerd, onderdrukt en verdrongen, waardoor de indruk van een strijd om het bestaan der verschillende plantenvormen teweeggebracht wordt. De voor de gegeven levensvoorwaarden geschikte planten komen uit dien „Strijd om het bestaan" zegevierend te voorschijn, blijven in stand, vermenigvuldigen zich en leggen beslag op het veld, waarop de wedstrijd werd afgespeeld.

Deze laatste stellingen bevatten in het kort de theorie der natuurkeus van Darwin, die voor alle andere theorieën betreffende het ontstaan van nieuwe soorten een belangrijke aanvulling is. Over den prikkel, die tot verandering en omzetting der soorten leidt, kan men verschillend denken, doch over de beteekenis van den strijd om liet bestaan en van de overwinning van die levende wezens, die liet best geschikt zijn voor de wisselende uiterlijke levensvoorwaarden, heerscht onder de natuuronderzoekers van den tegenwoordigen tijd geen verschil van gevoelen.

De mutatie-theorie').

De zinsneden, waarmee het vorige hoofdstuk eindigt, bevatten een betuiging van instemming van den schrijver met een belangrijk deel der theorie over liet ontstaan der soorten, waardoor Charles Darwin (geb. 12 Febr. 1809, gest. 19 April 1882) zich onsterfelijk heeft gemaakt. Dat er een strijd om het

1) Dit hoofdstuk is niet van de hand van den schrijver van dit werk, maar het is door den ïïederlandschen bewerker hier ingevoegd. Prof. Kerner von Marilaun stierf te Weenen in Juni 1898, zeer kort nadat hjj don tweeden druk van zjjn werk had bezorgd. Hg heeft dus van de onderzoekingen van Prof. IIuoo de Vries te Amsterdam, waarvan de publicatie in 1900 aanving, geen kennis kunnen nemen. Laatstgenoemde publicatie verscheen in een werk in twee

Sluiten