is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kleur, die de vruchten of zaden ten tijde der rijpheid aannemen, richt zich naar die van het in hun buurt zich bevindend gebladerte. Voor de planten met altijdgroene bladeren, bijvoorbeeld Anlisiu, Gaulteria, Ilex (Hulst), Taxus, Arbutus i inedo, Arctoxto plajllos ui'o ursi, Viicciniuin vit is iiluea (Roode Boschbes), is daarom de roode kleur der vruchten het voordeeligst. Ook voor die planten, die wel alleen 's zomers groene bladeren hebben, maar welker bladeren, als de vruchten rijp zijn, nog geen herfsttint hebben aangenomen, als bijvoorbeeld voor Aardbeien, Frambozen, Aalbessen, Lijsterbessen, Kersen en frosvlier (Sambucus racemosa), is de roode kleur der vruchten zeer gunstig. Als daarentegen de bladeren in den tijd, dat de vruchten rijp zijn, herfstachtig rood of geel getint zijn, zouden roode vruchten maar weinig tegen de omringendebladeren afsteken en de vruchten van Ampelopsis hederacea, Corttus songuitwu (Hoode Kornoelje), Prunus padus (Vogelkers), Arctt>stai>hyllos al pi nu, Vaccinium myrtillus (Blauwe Boschbes) en Vaccinium ulif/inosum (Hijsbes) e. a. zijn dan ook blauw of zwart gekleurd.

Soms zijn de vruchten zwart en de vruchtstelen rood, zooals bij den Gewonen Vlier, Stttnbucus nigva, of de vruchten zijn alleen van den uit de verte zichtbaren kant rood gekleurd, als die van appel- en pereboomen. De vruchten van Kwee en Ananas steken met hun gele kleur tegen de blauwgroene bladeren af. Witte bessen, bijvoorbeeld die van Sneeuwbes, Sytnphuricarpus, komen vooral voor bij die planten, die de bladeren in dien tijd der volkomen rijpheid reeds hebben afgeworpen. Tegen den bruinen en grijzen achtergrond, door de bladerlooze takken en afgevallen bladeren in den laten herfst gevormd, zijn de witte vruchten al van verre goed zichtbaar. Hoezeer zich ook de geur der vruchten in den tijd der volkomen rijpheid doet gelden, is voldoende bekend, wij behoeven daarvoor alleen op Aardbei, Framboos, Kwee en Ananas te wijzen.

Daar de zaden en steenen van door lijsters en andere zangvogels gegeten vleezige vruchten slechts kort in krop en darmkanaal verblijven, is het waarschijnlijk. dat de bedoelde planten door de dieren in den loop van een jaar hoogstens in den omtrek van eenige uren en alleen in den loop van veel jaren, om zoo te zeggen, stap voor stap over wijde uitgestrektheden worden verspreid. Ook ligt het voor de hand aan te nemen, dat de verspreiding hoofdzakelijk plaats heeft naar die windstreek, waarheen de lijsters en andere zangvogels zich in kleine dagreizen bij liet begin van den aan rijpe vleezige vruchten zoo rijken herfst begeven.

Het is bekend, dat van de vogels de Notekraker, Nucifraga caryocatactes, en de Vlaamsche gaai, Garrulus glandarius en van de knaagdieren Kokhorentjes en Hamsters in kloven en holen en andere verborgen plaatsen voorraadschuren aanleggen en dan soms de daarin gesleepte vruchten en zaden om de eene of andere reden later niet meer afhalen. Of de bergplaats wordt vergeten, of, wat waarschijnlijker is, het dier, dat den voorraad aanlegde, werd de prooi van een roofvogel. Dan gaan de achtergelaten vruchten en zaden in de bergplaatsen ontkiemen en daar die voor-