is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. Het uitsterven der soorten.

In het hoofdstuk van dit werk, 't welk den oorsprong der soorten behandelt, werd de stelling verdedigd, dat de in den loop der tijden opgetieden nieuwe soorten resultaten waren van de kruising der reeds bestaande sooiten. Deze meening vindt krachtigen steun door het gedrag van die plantengeslachten, die in het eene gebied door talrijke, in een ander slechts door een enkele sooit vertegenwoordigd zijn. Bij vele geslachten is de rijkdom aan vormen ontzaggelijk groot. Men heeft moeite, de vele soorten van zulke geslachten in eene gemakkelijk te overziene reeks te rangschikken, omdat ze naar verschillende richtingen door tusschenvormen zijn verbonden en, om zoo te zeggen, naai links en naar rechts met elkander verwant zijn. In de kringen dier talrijke soorten van een geslacht duiken ook nog in den tegenwoordigen tijd telkens weer nieuwe vormen op, die, zooals duidelijk kan worden aangetoond, het resultaat van kruisingen zijn.

Zoo bij voorbeeld is de veelheid van vormen in den kring van het geslacht liubutt, Braambes, in Middel-Europa buitengewoon groot. I)e botanici van de oude school meenden dit daaraan te moeten toeschrijven, dat de soorten \an dit geslacht om onbekende redenen, vermoedelijk uit een innerlijken drang, van hun soort afweken. Tegenwoordig twijfelt niemand, die eenig inzicht heeft, er meer aan. of veel van deze gewassen, die men voor de resultaten van een afwijking van de soort hield, zijn door kruising ontstane soorten, dagteekenend uit een betrekkelijk jong verleden. De mogelijkheid van kruisbestuiving had zich voorgedaan, doordat bij die verschuivingen en veranderingen der Flora's, als welker gevolg de tegenwoordige verdoeling der planten moet worden beschouwd, in Middel-Europa verschillende uit vroegere perioden in stand gebleven Kubussoorten samentroffen en naast elkander bleven leven.

In het kustland van Dalmatië en Griekenland, waar zich bij deze verschuivingen en veranderingen slechts eene enkele soort, namelijk Kubus uhnifolius Schott vestigde (Rubus amoenus volgens Portenschlag) hield ook de vermenigvuldiging der vormen op. Uit de eenige, daar inheemsche soort ontstond steeds een onveranderde nakomelingschap, of met andere woorden, Jïubus ulmifolius bleef in genoemd gedeelte van het Middellandsche I loragebied in hare specitieke kenmerken standvastig. De botanici van de oude school meenden, dat deze Itubussoovt nu eens bij uitzondering geen neiging bezat, om van de soort af te