Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebruikt, doch bij alle andere godsdienstige plechtigheden en ook bij uietgodsdienstige, profane feesten speelden plantensymbolen een hoofdrol.

De vorm, waarin frissche bloemen, bladeren en takken als tooi en sieraad deels bij religieuse, deels bij profane plechtigheden werden gebruikt, heeft bij de verschillende volken en in den loop der tijden zeer merkwaardige veranderingen ondergaan. In de eerste beschavingsperioden, waarin naast vormen uit het plantenrijk ook nog voorwerpen uit het dierenrijk, als horens en geweien, tanden, veêren, huiden, schelpen en dergelijke een groote rol als versieringsvoorwerpen speelden, werden door alle volken slechts afzonderlijke takken, afzonderlijke bloemen en afzonderlijke bladeren als

natuurlijke ornamenten gebruikt.

De magiërs van Meden en Skythen hielden bij hun offerplechtigheden Tamariskentakken [van den heester Tamarix, waarvan de soorten tetranda en gallica ten onzent nog wel gekweekt worden] in de handen, de Isispriesters takken van Bijvoet [Artemisia, denkelijk Artemisia vulgaris, de Gewone Alsem], en ook het standbeeld van Isis zelf werd op bepaalde feestdagen met Bijvoettakken getooid. Ook Leliestengels, takken van den Olijfboom en Palmbladeren werden als symbolen gebruikt; de Victoria, het beeld van den roem, houdt een Palmtak in de hand; Scipio droeg bij zijn intocht in Home een Lauriertak; de gezanten, die een belangrijk bericht hadden over te brengen, droegen gewijde takken van Verbena's, waardoor zij zich onkwetsbaar meenden te maken.

Evenzoo werden de bloemen alleen afzonderlijk als sieraad gebruikt. I)e godheden houden losse bloemen, bijvoorbeeld een Lotosbloem in de hand. Aan de afbeeldingen, uit Oud-Egyptische tijden afkomstig, kan men zien, dat toenmaals ook de vrouwen in groot toilet in gezelschap bloemen in de hand droegen. Zelfs in de bloemvazen, die in de woonvertrekken der Egyptenaren waren geplaatst en die niet, als de tegenwoordig bij ons in gebruik zijnde bloemvazen, naar boven toe een enkele groote opening hadden voor de opneming van een bouquet bestemd, maar die van boven gesloten waren, doch in de zijden van kleine openingen waren voorzien, werden losse bloemen gestoken.

Het dragen van bouquet ten van bloemen was in de oudheid niet zeer gebruikelijk en voor profane doeleinden was het totaal onbekend. Alleen bij het feest van Proserpina, dat op Sicilië werd gevierd, verschenen meisjes, Anthesphoroi, met groote bouquetten in de hand. Zelfs nog in den Renaissancetijd werden deze slechts zelden gedragen. Zij werden minder om hun schoonheid saamgevoegd, dan wel met het oog op den welriekenden geur, van waar dan ook nog de naam ruikers. Zij waren klein, zoodat men ze gemakkelijk in liet keursje, in het knoopsgat of ergens anders in de kleeding kon steken, als men de handen vrij wilde hebben of deze voor iets anders wilde gebruiken. Vooral sterk riekende gewassen, Basilicum (Ocyinum basilicum, een Labiaat), Maijo 1 ei 11 en Anjelieren werden voor die „ruikertjes gebruikt.

Groote bouquetten van mooi gerangschikte bloemen, in de hand gedragen, kwamen het eerst in den rococotijd in de mode. In dien tijd begon men ook

Sluiten