Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tevreden, ze in bloempotten vóór de vensters der woningen te zetten. Dat reeds Albertus Magnus in 1240 een soort wintertuin inrichtte, werd reeds op blz. 397 verteld. Eigenlijke plantenkassen zijn echter eerst in de l<de eeuw ingericht, en wel voornamelijk bij de botanische tuinen. Sinds dien tijd is er verbazend veel vooruitgang in dit opzicht op te merken, en men bouwt nu grootsche gebouwen, waarin een natuurgetrouw beeld te verkrijgen is van een tropisch woud en waar men „ongestraft onder palmen kan wandelen.

Het oorspronkelijk vaderland der tuingewassen.

Onder de muurschilderingen in Pompeji bevinden zich niet weinig „stille\ens met oesters, kreeften, champignons, vruchten en groenten, op schalen gerangschikt, en ook wel bloemstukken voorstellend, soms bij deze eetwaren gevoegd, soms afzonderlijk en wel meestal in goed herkenbare vormen en kleuren. Daar verondersteld kan worden, dat die schilderingen betrekking hebben op de toenmaals in de tuinen gekweekte planten, kan men er ook een overzicht in vinden van den voorraad toen gebruikelijke tuinplanten en wel een veel nauwkeuriger opgaaf, dan uit geschreven aanteekeningen en beschrijvingen valt op te maken.

Men vindt op de genoemde afbeeldingen der ondergegane stad ongeveer een vijftigtal planten, die blijkbaar toen in de tuinen werden gekweekt. Naast "roenten en boomen en heesters, als Plataan, Laurier, Myrt, Granaatappel, Cypres en Pijn, [de in het Noorden van Europa niet groeiende soort Pinus pinea], vindt men verschillende vruchtboomen als Amandel, Pereboom, Appel, Kwee, Olijf, Kastanje, Walnoot, Vijg, Zwarte Moerbei en Wijnstok. Verder moeten genoemd worden de om hun fraaie bloemen gekweekte planten, die, zooals reeds vroeger werd gezegd, (zie blz. 393), in opvallend gering aantal waren vertegenwoordigd, namelijk Hozen en 1'apavers, Irissen en Narcissen, Gladiolussen {Gladiolus seyetum), Herfst asters (Aster amellus), Acanthussen (Acanthus mollis), Muurbloemen (Cheiranthus cheiri), en Zomerviolieren (Matthiola anniia).

Deze sierplanten hebben alle in Beneden-Italië hun oorspronkelijk vaderland en zijn er uit het wild in de tuinen overgebracht. Naast deze komen echter ook voor de Oleander, Nerium Oleander; de Damasceensche Roos, Kosa damascena; de Stokroos, Althaea rosea; de Arabische Acacia, Acacia vera; de Tamarinde, Tamariudus indica; deGewone Aloë, Aloë vulgaris; de Perzik, Persica vulgaris; de Dadelpalm, Phoenir dactylifera; de Papierplant, Cyperus papyrus; en de Lotosblocm, Schnnho „ucifera. Deze laatste is afgebeeld in een prachtig mozaïek uit Pompeji, die zich in het Napelsche Museum bevindt. Het vaderland dezer planten is het Oosten en Egypte, en zonder twijfel werden zij uit die landen naar de tuinen van Beneden-Italië overgebracht.

Sluiten