Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lindeblad en de Eikel. Geschilderde plantenversieringen treft men ook aan in de initialen van oude, vooral godsdienstige geschriften en in het schilderwerk op oude houten kisten, vooral in de Alpenlanden. In de 16de en 17e eeuw was het gebruikelijk, dat men de nieuwe houten kisten of koffers, vooral die, welke bij den bruidschat eener jonggehuwde behoorden, door Italiaansche schilders, die speciaal met dit doel de Alpendalen bereisden, met plantenornamenten, vooral wijnranken met druiven en takken bloeiende rozen, liet beschilderen.

De voorstellingen van planten op de muurschilderingen van Pompeji zijn onbeholpen en vormen in hun kunstmatigheid een opvallende tegenstelling met de prachtige tiguren der wanddecoratie. Zij vormen anders reeds het voorspel van de met gestiliseerde plantenornamenten gewoonlijk overladen behangsels in de woonvertrekken der 18de en 19de eeuw.

Het bloemenschilderen als kunstvak dateert uit de 17de eeuw en is het eerst in Nederland opgekomen. De geschiedenis der schilderkunst noemt een groot aantal schilders, wier schilderijen van bloemen en vruchten zeer gezocht waren en onze museums versieren. Een der beroemdste schilders van bloem- en vruchtstukken was J. de Heem, overleden 1683, van wien hier een bouquet met fruit en verschillend bijwerk, een zoogenaamd stilleven, in de afbeelding op de vorige bladzijde is weergegeven.

In de laatste tientallen jaren heeft het bloemenschilderen zeer talrijke beoefenaars en beoefenaarsters gevonden, wier schilderijen niet enkel om hun coloristische schoonheid en lieflijke groepeering der planten, maar ook om hun botanische juistheid op hoogen prijs moeten worden gesteld.

Wat die botanische juistheid der afgebeelde planten betreft, laten de schilderingen uit den ouden tijd zeer veel te wenschen over. Men is wel in staat, de plantensoorten naar hun uiterlijk zoo in 't algemeen te herkennen, maar in de afzonderlijke deelen stoot men op zeer grove fouten. Zoo zijn bij voorbeeld Rozenstruiken afgebeeld, die behalve rozeknoppen en dubbele rozen ook enkelvoudige bloemen vertoonen, doch niet met vijf kroonbladeren zooals ze in de werkelijkheid bezitten, maar slechts met vier.

Een zeer opmerkelijke tegenstelling met die afbeeldingen van planten uit de oudheid vormen de afbeeldingen in de kruidboeken van de zoogenaamde „vaders der botanie" (Lobelius, Tragus, Matthioli e.a.), uit de 16e eeuw. Zij zijn in houtsnede uitgevoerd en tusschen den gedrukten tekst ingevoegd. In vele gevallen zijn deze houtsneden beschilderd; in eenige prachtexemplaren verbonden met zoogenaamden zilverdruk. De meeste houtsneden geven slechts de omtrekken der planten, maar die zijn dan zoo juist en zoo kenmerkend, met zooveel juist begrip en in zoo zuivere lijnen weergegeven, dat zij gerust als meesterstukjes van houtsnijkunst mogen worden aangeduid. Deze afbeeldingen zijn voor de ontwikkeling der systematische botanie van het grootste belang en kunnen bij vele vragen met vertrouwen ter beslissing geraadpleegd worden. In de 18e en 19e eeuw komt de kopergravure voor de houtsneê in de plaats, en er verschijnen dure prachtwerken, als bij voorbeeld van Jacquin,

Sluiten