Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als de boom afgehouwen wordt, loopt hij niet aan de wortels, maar aan den voet van den stam uit.

Biologische bijzonderheden. De jonge, kleverige bladen hebben nog geen haarbundeltje in de hoeken der nerven, deze ontstaan eerst later. Zij heeten domatiën en zijn bewoond door mijten (zie over de vermoedelijke beteekenis dezer domatiën bij Tilia).

Voorkomen in Europa en in Nederland. De els is op vochtige plaatsen in geheel Europa algemeen. Ook bij ons is hij aan waterkanten en moerassige plaatsen algemeen, o. a. voor het broekland zeer karakteristiek.

A. inoana') 0. C. Grauwe els. (Fig. 6.)

Deze heester of boom heeft een aschgrauwe schors. De jonge takken en knoppen zijn behaard, de eerste staan rechtop.

L>e bladen zijn gesteeld, eirond-elliptiscli, meest spits of kort toegespitst, aan den voet meest afgerond , meest dubbel gezaagd, van onderen blauwgroen, meest kort wit of grijs behaard, ten slotte vaak, behalve de aderen, tamelijk kaal.

Schutbladen der mannelijke katjes iets lichter dan bij A. glutinosa. Mannelijke katjes 2-4 bijeen. Vruchtkegels niet of kort gesteeld (fig. 6). Vruchten plat, met een breeden, doorschijnenden rand (fig. 6). K 6-24 M. April, Mei, iets vroeger dan de vorige.

Als de stam afgehouwen wordt, loopt de boom aan de wortels uit en is dus voor hakhout zeer geschikt.

Biologische bijzonderheden. Het kort behaard

zijn oer bladen maakt dat vocht, dat er van onderen op komt, niet uitvloeit, zoodat de huidmondjes, welke daar zitten, niet verstopt raken door water, hetgeen uitstekend is op de plaatsen, waar deze els staat.

Voorkomen in Europa en Nederland. Ook deze elzensoort komt in geheel Europa op vochtige plaatsen voor. Hij ons is hij op moerassige plaatsen zeldzaam en waarschijnlijk overal aangeplant.

3. Córjlus2) Tm. Hazelaar.

Hiervan komt slechts eene soort voor.

C. Avellana3) L. Hazelaar. (Fig. 7).

Dit is een eenhuizige heester met grijze takken, de jongere van deze zijn evenals de bladstelen klierachtig ruw behaard. De bladen staan in 2 rijen, zijn kortgesteeld, rondachtig- tot langwerpig-omgekeerd eirond, met hartvormigen voet, toegespitst, zwak hoekig gelobd, dubbel gezaagd, van onderen bleeker groen en kort behaard.

De bloemen komen lang vóór de bladen. De mannelijke bloemen staan in dichte, cylindrische katjes, aan den top van jonge takjes 2 a 3 bijeen

') incana = grijsgrauw.

') Van 'tgrieksche korynè: knots of bloemtakje, naar de bloeiwijzen. >) Avellana = Avella's.

Alnus incana

Fit» li

Sluiten