Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Volksnamen. Behalve waterwilg, wordt deze wilgensoort ook tweebast werfhout, wervel genoemd.

De bastaard van S. Caprea en S. purpurea is S. discolor') Host. Bij dezen zijnde lakken olijfgroen of groenachtig, ten laatste geheel kaal. De bladen zijn langwerpig, ïangVerntncetvormig of eirond-Iangwerpig, met wigvormigen voet, naar boven iets gezaagd meest

ZZ n!" ,b:eed; Zï> Zijn ,ater kaal' van boven K'anzend, van onderen bleek of bUuw ® ^ stempels staan meest rechtop en liggen dicht tegen elkaar Hij is bij Soestdijk en Nederhorst den Berg gevonden

Deze bastaard is bij Utrecht, Zwake, Rotterdam en Oudenbosch gevonden Hii wordt door sommigen voor een smalbladigen vorm van S. acuminata Sm. gehouden.' S. cinérea») L. Grauwe wilg. (Fig. 36).

Deze wilg heeft dikke takken. De oudere van deze zijn ruw, bruinachtig of grauw De knopschubben zijn grijsbruin, grijs- of zwartviltig.

Ue bladen zijn langwerpig of omgekeerd eirond, in de bovenste helft

uci ureeusi <i :^aj;, spits of kort toegespitst, met boogvormig loopenden rand, onregelmatig gezaagd of gekarteld. Zij zijn eerst aan weerszijden door korte, grauwe, doffe haren viltig, later worden zij van boven vuilgroen, dof, als met korte haren bestrooid of kaal, van onderen min of meer grauw, lichter of donker grauwviltig, later kaal wordend. De steunbladen zijn half hart- of niervormig.

De katjes zijn zittend of later kortgesteeld, aan den voet door behaarde bladen omgeven, voor het opengaan dik grijsviltig. De mannelijke zijn eirond tot langwerpig (1:1a 2V2), dicht-

.. . . , uiucimg, ue vrouwelijke echter langwerpig, later

no,m inSC1 ' eerst dicht-, later Iosbloemig. De katjesschubben zijn naar boven zwart, aan weerszijden grauw of zwartachtig, lang behaard. De klier is langwerpig, afgeknot.

In de mannelijke bloemen zijn de meeldraden lang, beneden behaard, n de vrouwelijke is het vruchtbeginsel lang gesteeld (de steel is 3—5 maal zoo lang als de klier), uit eironden voet kegelvormig, later uit verdikten oet priemvormig verlengd, lichtgrijsviltig, zelden bijna kaal. De stijl is kort; de stempels zijn omstreeks zoo lang als de stijl, langwerpig, uitgerand of gedeeld, rechtop-afstaand.

Om verwarring met S. Caprea te voorkomen, zij opgemerkt dat de bladen beneden en boven met zoo langharig zijn als bij S. Caprea, ook ligt de grootste breedte dichter bij den top. De katjesschubben zijn aan den top bruin, langharig gewimperd, de katjes zijn bijna de helft kleiner dan die van b. Caprea, doch lijken er anders wel op. K 6 dM—2 M Maart April (iets later dan S. viminalis).

Voorkomen in Europa en in Nederland. Deze wilg komt door geheel Europa voor op vochtige plaatsen en is bij ons ook vrij menigvuldig aangetroffen. &

Salix. cinerea

Fig. 36.

') discolor = tweekleurig. ') Smithiana = Smiths. >) cinerea = aschgrauw.

Sluiten