Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarom algenieene onkruiden zijn in de nabijheid van menschelijke woningen, o.a. op mesthoopen of op plaatsen , waar afval uit de menschelijke huishouding heeft gelegen of ligt.

De 2-slachtige, soms 1- of 2-huizige bloemen, hebben bijna steeds een klein kelkachtig bloemdek. Zij worden zelden door insecten bezocht, zij zijn bijna geheel aangewezen op wind- of op spontane zelfbestuiving. Dat trouwens alle geslachten windbloemen zouden hebben, wordt tegengesproken, doordat het stuifmeel niet licht verstuift, doordat de lange, buigzame helmdraden ontbreken, terwijl ook de spillen der bloeiwijzen en de bloemstelen niet erg beweeglijk zijn. Ook bloeien niet veel bloemen tegelijk, zooals bij de echte windbloemen. Werkelijk komen ook vele wantsen, bladluizen, tweevleugelige en andere, meest kruipende insecten naar de bloemen, die zij volgens sommigen alleen als schuilhoekjes zouden gebruiken, waarvoor zij dan ook erg geschikt zijn door de kluwenvorniige bloeiwijzen, volgens anderen echter bezoeken , om op de klierachtige schijf (bij Beta, Chenopodium , Salsola, Suaeda) voedsel te likken.

Overzicht der onderfani i 1 iën en groepen der Chenopodiaceae.

A. Kiem spiraalvormig gewonden. Kiemwit ontbrekend of weinig ontwikkeld.

Onderfam. I. Spirololiae C. A. Meijer.

Bloemen 2-slachtig. Stengel ongeleed.

Oesl. Suaeda, Salsola.

B. Kiem meest ringvormig, het rijkelijk aanwezige kiemwit omgevend, zeldzamer samenge-

bogen, naast het kiemwit liggend Onderfam. 2. Cynlolubae C. A. Meijer.

a. Stengel geleed, in de knoopen ingesnoerd, schijnbaar onbebladerd. Bloemen gelijk van vorm, 2-slachtig, zelden veeltelig. Zaden rechtopstaand.

Groep Salieornieae Duin.

Gesl. Salicornia.

b. Stengel niet geleed, duidelijk bebladerd.

aa. Bladen lijnvormig, ongesteeld. Vrucht bij rijpheid vrij liggend.

Groep Corispermene l,k.

Gesl. Corispermum.

bb. Bladen duidelijk met steel en schijf, meest pijlvormig of eirond, zelden lijnvormig (maar ook dan in een steel versmald). Vrucht door bloemdek en schutbladen bedekt. Zaden meest met 2 zaadvliezen.

<t. Bloemen gelijk van vorm, tweeslachtig, zelden veeltelig.

««. Bloemdekslippen bijna steeds kruidachtig en minstens tot het midden vrij. Meeldraden I—5, vrij of beneden verbonden. Bladen vaak spiesvormig Groep Cltenoporiieae Moi]. Tand.

Gesl. Chenopodium , Beta.

Bloemdekslippen vliezig, gewoonlijk hoogstens tot het midden vrij. Meeldraden 4—5, vrij of verbonden. Bladen meest smal.

Groep Campliurosmeae Moq. 'l'and.

Gesl. Kochia, Echinopsilon.

/>'. Bloemen meest van verschillend geslacht, de mannelijke en vrouwelijke verschillend van vorm. Zaden bijna steeds rechtopstaand.

Groep Xpinacleae Hum.

Gesl. Spinacia , Obione , Atriplex.

Tabel tot liet determineeren der geslachten der Chenopodiaceae.

A. Bloemdek kruidachtig , groen.

a. Stengel geleed, zonder bladen, vleezig. Bloemen in verdiepingen van de einden der takken. tweeslachtig. Bloemdek vleezig, zich alleen met een spleet openendMeeldraden 1—2 Salicornia blz. 93.

b. Stengel niet geleed , bebladerd.

aa. Bloemen 2-slachtig.

Sluiten