Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bloemen zonder schutblaadjes, meest in 2-3-bloemige bijschermPies, die een kluwentje vormen, dat in den oksel van een schutblad staat. Debloemdekken van de verschillende vruchten vergroeien aan den voet met elkaar en vallen samen af.

Kruidachtige, min of meer vleezige planten. Wortelbladen een roset vormend, langgesteeld. Stengelbladen verspreid , klein.

Tabel lot het determineeren der soorten van Beta A. Stengel rechtopstaand. Wortelbladen eirond, stomp .... it vulearls blz 103 B Stengels liggend. Wortelbladen eirond-ruitvormig, kort toegespitst. » m„rlUma biz I0K B. vulgaris ') L. Biet. (Fig. 116).

l,.,?»6! P'ant 'S meeS' kaa' C" V3ak donkcr PurPerkleurig aangeloopen en heeft een krachtigen kegelvorm (gen of cylindrischen wortel. De stengel is rechtopstaand, sterk vér,akt kïacht*

kantig, met rechtopstaande, krachtige takken. De wortel-

uiduen zijn groot, eirond, stomp, aan den voet iets hartvormig, aan den rand meest gegolfd. De stengelbladen zijn klein, langwerpig tot lancetvormig, gesteeld, iets spits.

De bloemkluwentjes zijn korter dan de lijn-Iancetvormige schutbladen en vormen zeer lange schijnaren. Stempels zijn er in de bloemen meest 2 en deze zijn langwerpig-ovaal.

3 of . 6-12 dM. Juli—October.

filologische bijzonderheden. De bloemen zijn sterk proteranch, zoodat ze.ibestuiving geheel is uitgesloten. De ring om hel vruchtbeginsel scheidt honig af, zoodat bestuiving door insecten niet is ui,gesloten en werkelijk ook insectenbezoek is waargenomen.

Voorkomen en gebruik. De plant is soms verwilderd gevonden. Zij wordt nl. yeel gekweekt en is inheemsch aan dc kusten van Zuid-Europa.

Het is een plant voor de kl<»i- Pn n-

-- ■vvniSiuiluill. L.VCIIdl5

wortel van den wlM™ , m,eef„c, cul,llurPlanten is ook zij zeer veranderlijk. De

den gekweel " f „ °"" " ",Ct d'kker da" de is "ie. vleezig, wat we, bij

Beta vulgaris

Fig. 116.

den gekweekten vorm het geval is.

i;e gekweekte hoofdvormen zijn:

Bladstelen"en n*JOIténsis Wortel cylindrisch, dik, wat hard. Bloemen2-3 bijeen, vóeïer: mangelSS mortelbladen vaak dik en vleezig. Qekweek, als vee-

biet on'Z ?uT'r Spi,VOrmis- vleczi«' Bl™»™ 2-4 bijeen. Gekweekt als suiker¬

biet, om er suiker uit te winnen en als roode biet, als voedsel voor den mensch.

o snamen. Het aantal volksnamen voor deze algemeen gekweekte plant is legio. Ter-

^ namen uici, oieiworiei, beetwortel, mangel en mangel wortel in zeer vele streken worden gebruikt, wordt in den Achterhoek van Gelderland het woord kroten gebruikt spreekt men in Noord-Limburg van onkelreub, in Zuid-Limburg van karoot. In Noord-Brabant spreekt men van beet en pee, welke laatste naam ook aan den Veluwezoom gebruikt wordt. In Groningen, Drente en Twente spreekt men van roobeeten. — beiten, — bieten, in Groningen Friesland. West-Friesland, op deZuid-Hollandsche eilanden en in Zeeland van suikerbiet, - pee of- pei. In Friesland, Salland en op de Noord-Veluwe van suikerwortels, in Zeeland van beet, terwijl op Walcheren en in Zeeuwsch-Vlaanderen ook van warmoes gesproken wordt. Het is mij niet gebleken welke variëteit steeds me, die namen bedoeld wordt.

Beta maritim» B. maritima•) L. Strandbiet. (Fig. 117).

Fig. 117. plant is onbehaard of een weinig behaard. De wortel

gend, uitgespreid, gegroefd-kan,ig m/t'vaakHbuiglÏ'takke'n.8'6""'6'8 ^ ^

') vulgaris =: gewoon. ') maritima = zee.

Sluiten