Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slaat de naam verticillatum). Zij hebben (fig. 141) 5 dikke, kraakbeenachtige kelkslippen, die wit en en zijdelings samengedrukt zijn, in een fijne naald uitloopen en van binnen een smalle, uitgeholde vlakte hebben. De 5 kroonbladen zijn klein, priemvormig, meeldraadachtig, zij staan evenals de meeldraden op een het vruchtbeginsel omgevenden ring. Meeldraden zijn er 5, stempels 2 of 3, deze zijn bijna zittend. De vrucht is langwerpig, overlangs gegroefd en springt volgens de groeven met 5-10 smalle, boven samenhangende kleppen open, zij is 1-zadig, zwart, glanzig, omsloten door de kelkslippen. O. 5-30 cM. Juni—October.

Kleine exemplaren dezer plant lijken wel wat op Centunculus minimus, doch zijn er door de 5-deelige, sneeuwwitte bloemen gemakkelijk van te onderscheiden.

Biologische bijzonderheid. De bloemen zijn homogaam en meest op zelfbestuiving aangewezen, meestal blijven ze gesloten (kleistogam).

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in WestelijkMidden- en Zuid-Europa op vochtigen zand- en heidegrond voor en is bij ons op het diluvium vrij algemeen.

Onderfamilie 2. Sclerantlioideae A. Br.

Bloemen in meer of minder tot kluwens opeengehoopte bijschermen. Bloemen regelmatig. Kelk blijvend, 4-5-tandig, in den keel met een klierachtigen ring, met witvliezig gerande slippen. Kroonbladen ontbrekend. Meeldraden 5 of 10,' doch in 't laatste geval vaak 5 zonder knopjes. Vruchtbeginsel 1, vrij, door den bloembodem geheel ingesloten, 1-hokkig met 2 eitjes. Stijlen 2. Vrucht hard, niet openspringend, geheel door den bloembeker omgeven.

Bladen tegenoverstaand, zonder schutbladen.

4. Scler&nthus ') L. Hard bloem.

Kelk 5-tandig, met klokvormige buis met 10 groeven, de slippen vliezig gerand. Meeldraden 10, de binnenste tusschen de kelkslippen staande, onvruchtbaar of soms ontbrekend. Stijlen 2, draadvormig, met knopvormige stempels. Vrucht in de kelkbuis, die bij rijpheid hard beenig wordt, ingesloten, 1-zadig, niet openspringend.

Bloemen in meer of minder kluwens vormende bijschermen, groen- of witachtig.

Bladen tegenoverstaand, lijnvormig, verbreed aan den voet en daar verbonden , zonder steunbladen.

Planten liggend of opgericht met knoopig gelede stengels.

Tabel tot het determineeren der soorten van het geslacht Sclerantlius.

A. Kelkslippen spits, smalvliezig gerand, aan de vrucht afstaand . . S. ananas blz. 127.

B. Kelkslippen stomp, breedvliezig gerand, aan de vrucht samenneigend.

S. perennis blz. 128.

■S. annuus2) t. Eenjarige hardbloem (fig. 142).

Deze plant is grijsgroen. Uit den dunnen wortel komt een aan den voet vertakten stengel. Deze stengel en zijne takken zijn dun, minstens aan eene zijde kort behaard, meest neerliggend, opstijgend of rechtopstaand.

') van 't Grieksche skléros : hard en anthos: bloem, om de leerachtige kelkslippen en de harde vrucht. 2) annuus = eenjarig.

Sluiten