Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Steil aria gr a mine a

Fig. 166.

S. graminea') L. Gras muur (fig. 166).

Deze plant gelijkt veel op de vorige, doch is zuiver groen. Ook hier ligt de stengel eerst, om verder rechtop te staan. Hij is vierkant, onbehaard , al of niet vertakt.

De bladen zijn zittend, lancetvormig, spits, aan den voet gewimperd.

De bloemen zijn vrij klein, wit en staan in ijle, wijd uitstaande, eindelingsche bijschermen. De schutbladen zijn klein, droogvliezig, aan den voet gewimperd. De kelkbladen zijn lancetvormig, spits, soms behaard. De kroonbladen zijn 2-deelig, met naar elkaar staande slinnpn pvcn urnnt

als ot iets grooter dan de kelkbladen. De doosvrucht is langwerpig, '/3 langer dan de kelk (fig. 1661. 24-. 1,5-4,5 dM. Mei—Augustus.

Biologische bijzonderheden. Evenals bij de andere Stellariasoorten krommen zich de bloemstelen bij regen en des nachts, doch zij maken hier naden bloeitijd bijna niet de krommende beweging, die beschreven is bij S. Holostea en S. media.

De bloemen bloeien 30 a 36 uur. Bij het openen zijn de binnenste meeldraden onderling even lang, doch de buitenste zijn verschillend van lengte. Alle bewegen zich nu snel naar buiten, de binnenste het verst, de buitenste niet zoover en

verschillend en wel de langste het minst. Nu openen zich de helmknopjes en ontlasten hun stuifmeel en dit is beschikbaar voor insecten (vliegen, kleine bijen en kevers zijn als bezoekers waargenomen), die nu ook kruisbestuiving bewerken kunnen. Nu eerst toch richten zich de stijlen op, buigen de stempels naar buiten en worden deze geschikt om stuifmeel op te nemen (de bloemen zijn dus protrandisch) en, daar nu de meeldraden zich naar binnen buigen, is dan spontane zelfbestuiving mogelijk. Daarna buigen zich de meeldraden weer naar buiten en verliezen de helmknopjes, doch nu staan de stempels geheel vrij voor het ontvangen van stuifmeel uit jongere bloemen en eindelijk bewegen zich bij het verdorren der bloem alle deelen weer naar binnen.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt aan slootkanten,

op oouwland, langs wegen in bijna geheel Europa voor en is bij ons algemeen.

S. uiiginósa-) Murr. Moeras muur (fig. 167).

Op een drogen bodem ontstaat een lage,

dunne stengel, die niet vertakt is en een 7-9bloemig bijscherm draagt, op vochtigen grond echter ontstaan vele liggende, vaak wortelende,

lange stengels, die sterk vertakt zijn. De plant is dan blauwgroen (op drogen bodem groen).

De takken zijn onbehaard , vierkant. De bladen

zijn bijna zittend, langwerpig, spits, aan den „- n *

voet gewimperd. stoii»ria

De bloemen zijn klein, wit en staan in schijnbaar zijstandige, armbloemige bijschermen. De schutbladen zijn meest

') gr.tminea = grasachtig. 2) uliginosa = moeras.

Heukels, Flora. 10

Sluiten