Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FAMILIE 52.

— BALSAMINACEAE. —

Familie 52. Balsaminaceae A. Rich. Balsamienachtigen.

Meestal eenjarige planten met sappigen, doorschijnenden stengel. Bladen verspreid, ongedeeld, met zwakke sporen van steunblaadjes. Bloemen symmetrisch, in okselstandige trossen, het oorspronkelijk achterste (door draaiing der bloem meest voorste geworden) kelkblad gespoord, veel grooter dan de andere, de beide voorste meest ontbrekend (de kelk is dus schijnbaar 3-bladig). Voorste bloemkroonblad het grootst, de overige bedekkend, ieder der middelste tamelijk kleine met een der achterste verbonden (de bloemkroon is dus schijnbaar 3-bladig). Meeldraden 5, voorde kelkbladen staand. Helmdraden boven vergroeid, ten slotte van den bloembodem loslatend en als een kapje op het 5-hokkige vruchtbeginsel blijvend. Hokjes met asstandige zaaddragers en meest vele omgekeerde zaden. Vrucht met 5, zich elastisch oprollende, kleppen openspringend. Zaden zonder kiemwit, met rechte kiem.

1. Impitticns ') L. Springzaad.

Stempels 5, verbonden blijvend. Doosvrucht langwerpig tot lijnvormig, onbehaard. Kleppen zich van den voet naar boven naar binnen oprollend! Vrucht 5-hokkig, veelzadig. Eenjarige planten met in de knoopen gezwollen stengel en teere, licht verwelkende bladen.

Biologische bijzonderheden. Staan de bloemknoppen bij de planten van dit geslacht rechtop, de open bloemen hebben den ingang zijwaarts gericht en staan dus zoo, dat de insecten er zich gemakkelijk op neer kunnen zetten. De bloemen staan onder de bladen en zijn dus voor regen beschut.

De vruchtwand is uit 5 vruchtbladen opgebouwd. De binnenste cellaag van deze bestaat uit groote cellen, die sterk gespannen zijn, als tijdens het rijp zijn der zaden de verbinding tusschen de 5 vruchtbladen losser wordt. Ten slotte is die spanning in staat om het lossere celweefsel der plaatsen, waar het opengaan geschiedt, te verscheuren en nu rollen zich de 5 vruchtbladen met zoo groote snelheid op, dat de zaden weggeslingerd worden. Aangezien de spanning op het laatste oogenblik voor het openspringen door de geringste aanraking van buiten geholpen wordt, zoo zal een voorbijloopend dier de vruchten doen openspringen en daarbij worden de zaden op het dier geslingerd en door dit medegenomen en zoodoende verspreid (hierop slaat ook de naam kruidje roer mij niet op verschillende plaatsen aan de plant gegeven).

Tabel tot het determineeren der soorten van het geslacht Impatiens.

A. Bladen grof getand. Bloemen hangend. Spoor gekromd . . I. Noli tangere blz. 377.

B. Bladen gezaagd. Bloemen rechtopstaand. Spoor recht. ... I. jiarvittora blz. 378.

I. Nóli tangere2)L. Springzaad (fig. 453).

Uit den penwortel komt een naar boven vaak sterk vertakte, rechtopstaande, sappige, brosse stengel, die los met bladen bezet is. De bladen zijn, evenals de stengel, onbehaard en lichtgroen, verspreid, gesteeld, groot, eirond-langwerpig, spits, grof getand, dof. De stengel is in de knoopen opgezwollen.

') van het Latijnsche impatiens: ongeduldig, naar het plotseling openscheuren der rijpe vrucht bij aanraking. *) Noli tangere = raak niet aan.

Sluiten