Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij R. rubrum (tig. 592, 1) is de bloembodem (kelk) al dieper uitgehold, bij R. Grossularia (fig. 594) is dit wel evenzoo als bij R. rubrum, doch daar is de toegang vernauwd door van den bloembodem (kelk)rand en van den stijl stijf afstaande haren en ook kunnen daar, omdat de bloemen hangen, vliegen moeilijker bijkomen en zijn de bloemen dus meer voor het bezoek van bijen ingericht. Bij R. nigrum (fig. 592 , 2) eindelijk is de bloembodem aanzienlijk dieper en daar de bloemen ook hangen, is het bezoek daar nog

Fig. 592.

/ Bloem van Ribes rubrum. s kelk, p bloemkroon, hk meeldraad, s stamper.

2 Bloem van Ribes nigrum, van ter zijde (letters als bij 1 en ov vruchtbeginsel, st stempel).

3 Mannelijke bloem van Ribes alpinum. s kelk, hk meeldraden, st weinig ontwikkelde stempel, n honigkliertje.

meer tot bijen beperkt. Bij gekweekte soorten, zoo als R. sanguineum en nog meer R. aureum worden lange buizen gevormd, zoodat alleen bijen met lange slurven den honig kunnen bereiken.

R. alpinum is tweehuizig, zoodat zelfbestuiving van zelf is uitgesloten, bij de andere soorten is kruisbestuiving ook vrijwel verzekerd, doordat de meeldraden en stempels zoo staan, dat bezoekers deze deelen met verschillende zijden van hun lichaam aanraken. Trouwens is spontane zelfbestuiving niet uitgesloten, daar de bloemen homogaam zijn.

Tabel tot het determineeren der soorten van het geslacht Ribes.

A. Stengel met stekels. Trossen 1-3-bloemlg. Bloemen 2-slachtig. Kelk klokvormig.

It. Grossularia blz. 486.

B. Stengel zonder stekels. Trossen, althans de mannelijke, veelbloemig. Kelk bekkentot buis-klokvormig.

a. Trossen rechtopstaand. Planten onvolledig 2-huizig. Schutbladen vliezig, bncetvormig, langer dan de bloemen. Kelk vlak bekkenvormig. R. alpinum blz. 487.

b. Trossen hangend. Bloemen 2-slachtig. Bloemstelen veel langer dan de schutbladen. aa. Schutbladen eirond. Kelk vlak bekkenvormig, kaal . . R. rubrum blz. 488. bb. Schutbladen eirond, gewimperd. Kelk klokvormig met klierachtige puntjes en

zacht behaard nigrum blz. 488.

R. Grossularia') L. Kruisbes (fig. 593).

Deze plant is een sterk vertakte heester, wier bladen aan zeer korte, met een ongedeelden of een diïedeeligen stekel gesteunde zijtakjes zitten. Aangezien bij alle Ribessoorten de steunbladen ontbreken, kan men deze stekende deelen niet als vervormde steunblaadjes beschouwen, maar meent, dat het uitwassen van het bladkussen zijn. De bladen zijn rondachtig, 3-5-lobbig, met ingesneden gekartelde lobben, zij zijn van onderen evenals de stelen zacht behaard.

De bloemen zitten 1-3 bijeen in de bladoksels, aan stelen, die met 2 of 3 schutblaadjes

i) Grossularia = kleine onrijpe vijg, misschien omdat men de vruchten met vijgen vergeleek.

Sluiten