Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bloeiwijze kort, stijf uitstaand. Kroonbladen langwerpig, meest levendig rose. Meeldraden bijna even hoog als de stijlen. Stekels der loten breed. gebogen. Bloemstelen lang, viltig, weinig bestekeld R. Sprenkel» blz. 551.

Groep VII. Egregii.

Loten liggend of klimmend, in het middenste deel meest stompkantig, onberijpt, weinig behaard, vaak met gesteelde klieren of stekelknobbels. Bladen grootendeels 3- of onvolkomen 5-tallig. Blaadjes klein gezaagd, van onderen kort behaard, groen of de jongere witachtig. Topblaadje rondachtig, breed elliptisch of omgekeerd eirond met korte spits. Bloeiwijze bijna steeds met steelklieren. Meeldraden boven de stijlen uitstekend.

A. Bloeiwijze lang, smal, alleen aan den vo;t bebladerd, naar boven dicht, met spitsen top. Vruchtkelk teruggeslagen K. egregias blz. 552.

Groep VIII. Vestiti.

Laag boogvormig of klimmend, met bladen, die tot het begin van den winter blijven. Loten dicht afstaand behaard, vaak met dooreenloopende haren, in den regel met sterhaartjes en met verspreide, zelden talrijke, gesteelde klieren, die door stekelknobbels of op de vlakten staande stekeltjes vervangen kunnen zijn. Grootere stekels op de kanten staand, tamelijk gelijk, meest smal. Blaadjes klein gezaagd, van boven meest vrij dicht behaard, later vaak kaal wordend, van onderen door rijkelijke, iets afstaande beharing zacht, vaak grijs- of witviltig en glanzig. Bloeiwijze stijf, meest vrij lang en goed ontwikkeld, met zijassen, die bijschermen dragen. Takken met naaldvormige stekels, dicht afstaand behaard, meest met vrij talrijke, weinig boven het haarkleed uitstekende of er in verborgen gesteelde klieren, zelden met lange klierborstels. Meeldraden even hoog als de stijlen of vaak iets hooger.

A. Bloeiwijze groot in omvang, zeer los, stijf uitstaand. Blaadjes grof gezaagd. Topblaadje langwerpig-elliptisch R. hypoleucos blz. 553.

B. Bloeiwijze boven ineengedrongen, meest kort vertakt, zeldzamer losser, maar toch niet stijf uitstaand. Blaadjes niet diep gezaagd.

a. Stekels aan den voet der bloeiwijze lang en krachtig.

aa. Blaadjes breed, elliptisch of rond.

aaa. Loot verward behaard met smal lancetvormige stekels. Bloeiwijze stijf met dichtviltige, langharige assen. Blaadjes van onderen zachtbehaard

en vaak grijsviltig R. vestitus blz. 552.

bbb. Bloeiwijze met viltige, kortharige assen. Blaadjes van onderen aangedrukt witviltig R. conspiuuns blz. 552.

ccc. Als R. vestitus, doch loten en bloeiwijze met breedere stekels, beneden

berijpt. Bloemen grooter R. lasioelailos blz. 552.

bb. Blaadjes meer langwerpig, elliptisch of omgekeerd eirond. Stekels der loten krachtig, lancetvormig. Bloeiwijze verlengd, gedrongen, naar boven versmald, met viltige, langharige assen. Bloemen meest bleekrose.

R. jivraiiiiilalis blz. 552.

b. Stekels aan den voet der bloeiwijze niet opvallend lang. Vruchtkelk voor de rijpheid afstaand, soms ook rechtopstaand of iets teruggebogen. Stekels aan de loten wat ongelijk, vaak gemengd met stekelborstels en gesteelde klieren.

aa. Stekelborstels en gesteelde klieren veel kleiner dan de stekels, weinig ongelijk. Bloemen levendig rose. Blaadjes tamelijk gelijkmatig en klein gezaagd, van

onderen zacht behaard. Bloeiwijze vrij kort R. obscurus blz. 552.

bb. Stekelborstels en gesteelde klieren talrijk, ongelijk.

aaa. Gesteelde klieren en stekelborstels dicht opeengedrongen, zeer ongelijk. Bladen 5-tallig. Topblaadje breed elliptisch. Bloemen rose.

R. fasco-ater blz. 553.

Sluiten