Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

R. rhombifólius ') Wh.

Hierbij zijn de blaadjes tamelijk regelmatig fijn dubbel gezaagd en is het topblaadie elliptisch of ruitvormig. J

De kroonbladen zijn smal omgekeerd-eirond tot langwerpig. I). juij, Augustus.

Voorkomen in Europa en in Nederland. In bosschen, ook op open plaatsen er in komt de plant in Engeland en in Noordwest-Duitschland voor. Zij is bij ons alleen bij Wassenaar gevonden.

R- graius -) Focke. (Fig. 662).

Deze soort heeft kantige loten met gegroefde vlakken, slanke stekels met

Dreeden voet, vrij grof gezaagde blaadjes en een topblaadje, dat breed eirond-langwerpig tot rondachtig-elliptisch is.

De bloeiwijze is afgebroken, boven de bladen kort. De bloemstelen zijn met vrij kleine, naaidvormige stekels bezet. De bloemen zijn groot met kelkbladen, die later afstaan of de jonge vrucht omvatten. De stuifmeelkorrels zijn groot, h Juni, Juli.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in bosschen, in struikgewas en heggen

Rubu= grotns -«nuigen grona in fcselgie en in Noordwest-

Fi 66 Duitschland voor en is bij ons eenige malen ge¬

vonden.

R. leucandrus:1) Focke.

Bij deze plant is het topblaadje uit breederen voet eirond, met langen, smallen top.

n t JPfU!IJZe .ls verle"Kd. samengesteld. De assen zijn met naaldvormige stekels bezet. De kelkbladen zijn teruggeslagen, b. Juni, Juli.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt aan boschranden, in struikgewas

Ml SSST-nJ", No°rdHesl-DuilscH'and, België en Engeland voor en is bij ons misschien bij Futten (Veluwe) gevonden.

R. macrophy llus ') Wh. et N. (Fig. 663).

De loten zijn hier lang en dik, verspreid afstaand behaard, de stekels

iieDDen een breeden voet. De bladen zijn groot, 5-tallig, de blaadjes vrij grof en naar voren toe ongelijk gezaagd, van onderen in de jeugd zachtharig, grijsviltig.

De takjes der bloeiwijze zijn met naaldvormige stekels bezet, de kelkbladen teruggeslagen, h Juni, Juli.

Ondersoorten zijn:

a. R. eu-macrophy'llus ) Focke. Hierbij is het topblaadje elliptisch of bijna rechthoekig met breeden, iets hartvormigen voet.

Een variëteit p. piletóstachys Gr. et üodr. heeft klierachtige bloemstelen.

b. R. Schlechtenddlii ''•) Wh. Hierbij zijn de bij de soort. Ook is het topblaadje langwerpigafgeknotten voet en kort toegespitst en zijn de

') rhombifolius = ruitbladig. -') gratus = aangenaam. ■') leucandrus = witbloemig. i) macrophyllus =- grootbladig. s) eu = echt. >•) Schlechtendalii naar D. F. K. v. Schlechtendal f 1842.

nubti« : .Jkcroj - _ j

Fig. G63.

stekels krachtiger dan omgekeerd eirond met bloemen vaak groot.

Sluiten