Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Melitotus altissimus Fis. 752.

/ bloem van ter zijde gezien, 2 deze file na verwijdering van vlag en kelk van boven gezien, 3 dezelfde na neerdrukken der zwaarden en kiel, van ter zijde gezien.

a helmknopjes, d draaipunt van de kiel, e ingedeukte plaatsen der zwaarden, wier binnenvlakten met de buitenvlakten van de beide bladen van de kiel door instulping der opperhuidscellen bijeen blijven, ƒ vingervormige uitsteeksels aan de zwaarden, g meeldraadkoker,li toegangen tot den honig, gr stijl, n stempel.

In den knontoesta nH ctnan Ho Klnnmnn /f:™ . .

rprhtnn Ü,UL"IC" °P recntopstaande stelen

rechtop, doch zoo spoedig zij bloeien, krommen zich de stelen zoover,

Hnt Hp Ananimmn i _ «

wpviiiM^cn /.ijwdciris Komen te staan,

zoodat de insecten er gemakkelijk bij kunnen komen. Na den bloei komen ze naar beneden te staan.

De inrichting der bloem met het oog op de bestuiving is bij verschillende soorten dezelfde. Bij M. altissimus is de kelk slechts 2 mM lang en vrij wijd, zoodat de honig ook bereikt kan worden door insecten met een korten snuit, b.v. de honigbij, die dan ook een gewone bezoekster is. De zwaarden en de kiel voeren, doordien zij op een plaats aan iedere zijde vergroeid zijn, gemeenschappelijk de beweging naar beneden uit. Het insect drukt deze deelen neer en uit de kielspleet komt dan de meeldraadkoker en de stempel tegen den kop en de borst van liet insect. Na het ophouden der drukking keert het geheel in den oorspron-

'14. i *~\ KeiijKen stand terug. Aan de zwaardpn

koker ™ h33r achteren 0,1 binnen 8er'chte uitsteeksels, die den meeldraadkoker van boven omvatten en die na het ophouden der drukking in den-

ï" and. terugkeeren, dus ook de zwaarden en de kiel terugvoeren, e stempel steekt boven de meeldraden uit, dus is, doordat deze het eerst tegen het lichaam van het insect komt, kruisbestuiving vrij zeker Blijft deze uit dan is de kans op spontane zelfbestuiving niet groot doch heeft zij plaats, dan ontstaan ook rijpe vruchten.

De vruchtjes zijn klein en worden door den wind verspreid.

Tabel tot hel deler m i n e e re n der soorten van het geslacht Melilotus.

A' Peu'len'on bèhaard! prien,von"iS met een "reeden, steeds fietanden voet.

a. Blaadjes scherp en dicht getand. Peul eirond, spits, netvormig geaderd.

b. Blaadjes verwijderd Retand. Peul boogvormig geaderd, bolrond of omg^ke^élro^d'

c- *zs srasada,,een T dcn ,op ge,and-pc'" ^ïoSr.u,„e"oS

R e» K1J stettnblaadjes aan den voet onduidelijk getand of gaaf. II. indiens blz Steunbladen priemvormig, aan den voel gaafrandig. weinig verb eed K m 5 ierv^ Peulen eirond (zie ook M. indicus). cureeu. kuk a-nervig.

'oesefpitst' aan«edrukt verspreid kort behaard, meest 2-zadig. Zwaarden en .viel even lang als de vlag. Peulen duidelijk netvormig rimpelig.

b. Peulen stomp, met stekelpunt, kaal, meest 1-zadig. altissimus hlz. 624.

aa' "ST" r'• Zwaarden lan«er dan de kiel, even lang als de vlag. Peulen

bb Bloemen'w?|0Pp1(| W*n.K netvormiR rin,PeliS- «.olBcta.ito blz..,24.

nioemen wit. Peulen netvormig rimpeliR.

aaa. Trossen los, tamelijk dichtbloemig. Bloemsteeltjes half zoo lang als de Kelk. Zwaarden ongeveer even lang als de kiel, korter dan de vlag.

hhh t alhus blz. (5?5

00/7. Trossen zeer los. armbloemig. Bloemsteeltjes langer dan de kelk' Zwaarden en kiel bijna even lang als de vlag. fl rutlieiii.us blz. 625.'

Sluiten