Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r;„sr vr.\rs™ rdc r ,afr ïï

witachtig ariis vipin n tnM\ ■» 7 . •• ^ hangend, onbehaard,

acnng grijs, klem (--3 mM), zeer stomp, bijna bolrond, met een kort stekpinnnt.v pn met onregelmatig wijd netaderige zijvlakken. ©. 14 dM. Mei—luli ktlpuntje en

De plant heeft een sterken geur.

Voorkomen in Europa en in Nederland. Dc plant komt op vochtige zandige plaatsen voert WeSt-E"r0pa V00r cn is b|ï ons °P verschillende plaatsen met luzerne aange-

M altissimus') Thuili. (M. officinalis ->) Willd., M. macrorrhiza '0 P Koch ) Gele honig klaver (fig. 756).

Deze plant is kaal of van boven fijn behaard. Uit den penwortel komt

OOn vnnUin» J , I .

<-v-H iti-iuupgddnue, vertakte stengel.

De bladen hebben bijna gaafrandige steunbladen die even lang als of korter zijn dan de bladsteel' De blaadjes zijn langwerpig tot lijnvormig, meest afgeknot, van boven onbehaard, van onderen aangedrukt behaard, verwijderd scherp gezaagd, die der onderste bladen zijn omgekeerd eirond.

De bloemen zijn welriekend, zij staan in lange en dichte trossen in de bladoksels en zijn langer dan de bladen, in wier oksels zij staan. De bloemsteeltjes zijn langer dan de kelkbuis. Deze is 5nervtg, bijna klokvormig. De kroonbladen zijn goudgeel. De vlag is bruin gestreept, uitgerand

nan Hor» ,-wJ °

ee- 6",2dM'

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt aan rivieroevers en op vochtige plaatsen vooral in West- en Midden-Europa voor Zij is bij ons vrij algemeen, vaak ook op zilten grond.

M. officinalis-) Desr. (M. arvénsis ') VVallr) Akkerhonigklaver (fig. 757).

Deze plant is kaal of naar boven verspreid behaard en heeft een opstijgenden of liggenden vertakten stengel.

De bladen hebben bijna gaafrandige steunbladen en scherp getande, stompe of afgeknotte blaadjes Die der onderste bladen zijn omgekeerd eirond

Hl'f» Hor I ~ • ,

• | i • • ma UUVUIMC idngwerpig ize znn nooit zoo

smal als bij M. altissimus). De bloemen staan in trossen, die langer zijn

Ni" m ,(a Pe Moemsteeltjes zijn langer dan de kelkbuis (langer dan ft"1-. alt'ss,m."s)- bioemen zijn welriekend en hebben een 5-nervige kelkbuis, terwijl de kroonbladen goudgeel zijn en iets lichter dan bij M altissimus, zij zijn zeer ongelijk. De peulen (fig. 757) zijn hangend onbe-

Melilotus -ofacinolo Fig. 757.

') altissimus = zeer hoog. -<) officinalis = geneeskrachtig.

•) macrorrhiza — grootwortelig. t) arvénsis = veld.

Melilotus altissimus

Fig. 756.

Sluiten