Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het vruchtbeginsel. De bloemkroon opent zich niet, doch blijft als een gesloten kapje over de larvenkamer liggen, de kelk is opgeblazen, soms vleezig.

In verband met de bestuiving heeft de bloem de volgende inrichting

(tig. /08). De beide zwaarden zijn naar boven toe gewelfd en sluiten zoo aaneen, dat zij samen een gewelfd zadel over de kiel vormen. Met de kiel zijn zij verbonden door een plooiachtig uitsteeksel, dicht bij den voet, dat past in een groeve der kielbladen. Zoo wordt iedere drukking op de zwaarden uitgeoefend, b.v. door bezoekende insecten, die zich op het zadel zetten, op de kiel overgebracht. In die kiel liggen de meeldraden, de helmknopjes zijn in de nog gesloten bloem al opengesprongen, zij reiken tot aan den voet van den, door den top der kiel gevormde, hollen kegel, die geheel gevuld wordt met stuifmeel, waarna de helmknopjes ineenschrompelen. Zoo is de toestand bij het opengaan der bloem, doch nu blijven 5 meeldraden, o. a. de vrije, even groot, als zij waren, maar de 5 andere verlengen zich en zwellen aan de toppen knotsvormig aan, zoodat ze ondanks de strekking der kiel met hunne verbreede toppen samen den voet van den met stuifmeel gevulden hollen kegel afsluiten. De

stijl reikt tot onder de smalle opening van dien kegel.

Wordt nu de kiel neergedrukt, dan vormen de verdikte helmdraadtoppen een soort pompzuiger, zij worden verder in den hollen kegel van de kiel gedreven en persen het stuifmeel er uit. Dit komt als een bandje tevoorschijn en komt tegen de onderzijde van het lichaam of tegen de pooten van het insect. Houdt de drukking op, dan keert de kiel weer in den vroegeren stand terug, doordat de samengeperste, verdikte einden der helm- . draden door hunne veerkracht haar terugdrukken. Dat uitpompen kan wel 8 malen achtereen geschieden, als de kiel maar niet te ver wordt neergedrukt.

Bij sterkere drukking komt ook de top van den stempel uit de kleine spleet te voorschijn en, als nu de kiel teruggaat, schuren de samensluitende randen van de kielopening de stempelpapillen af en nu is de stempel de volgende maal geschikt om stuifmeel op te nemen, hetgeen in den regel wel afkomstig zal zijn uit een andere bloem.

Het zijn vooral Apiden (bijen), die als bloembezoeksters optreden en wel vooral soorten, die het stuifmeel aan den buik verzamelen, zooals Osmia-, Megachile- en Anthydiumsoorten. Die, welke stuifmeel aan de pooten verzamelen, zijn dan ook voor deze soort bloemen minder goed ingericht.

Vooral bij Lotussoorten zijn de vruchtkleppen fraai spiraalvormig gedraaid (zie biologische bijzonderheden bij de Papilionaceae).

Volksnamen. De namen welke het meest gebruikt worden, zijn rolklaver, schoentjes en laarsjes, schoentjes en muiltjes en steenklaver, in Twente spreekt men van gele klaver, in de Betuwe van sleuteltjes, in WestFriesland van schoenemuiltjes en in Zeeuwsch-Vlaanderen van kousjes en schoentjes.

Lotus corniculatus Fig. 788.

1 Bloem van ter zijde gezien, nadat de vlag verwijderd is, 2 Bloem van de rechterzijde gezien, nadat het rechterzwaard is weggenomen.

a toegang tot den honig, c plooiachtig uitsteeksel aan het zwaard, e de 5 buitenste zich knotsvormig verdikkende helmdraden, ƒ stempel, e-g met stuifmeel gevulde holle kegel van den kiel.

Sluiten