Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot langwerpig-lijnvormig, afgeknot of uitgerand, vaak met stekelpunt„ gaafrandig.

De bloemen zijn groot (2-3 cM), met blauwe vlag, purperbruine zwaarden

en een witachtige kiel met blauwen top. Zelden is

alles wit. Zij zitten meest twee bijeen, zelden zijn zij alleenstaand. Zij zijn bijna zittend. De kelk is behaard en heeft lancet-priemvormige, gelijke tanden, die even lang als de buis zijn. De vlag is onbehaard. De peul is 4-6 cM lang, 6-10 mM breed, langwerpig, samengedrukt, iets bultig, ongesteeld, rechtopstaand, iets behaard, 8-10-zadig. Zij is in rijpen staat bruin en verscheurt dan den kelk (fig. 826). De zaden zijn groot, bijna bolrond en gescheiden door een sponsachtig weefsel. 3-9 dM. O. Mei-Juli.

Biologische bijzonderheden. De bouw der bloem, vooral wat de uitsteeksels aan de verschillende

deelen betreft, is vrij wel als bij V. Cracca. De circa 2 mM lange stijl heeft in zijn bovenhelft ook een stijlborstel, die uit haren beslaat, die rondom staan en schuin naar boven gericht zijn. Aan de buitenzijde zit een bundel langere haren, die boven den stempel uitsteken.

Reeds in den knop openen zich de helmknopjes, waarbij spontane zelfbestuiving onvermijdelijk is, die dan ook tot zaadvorming leidt.

Het zijn vooral hommels, die deze bloemen komen bezoeken.

Volksnamen. De naam voederwikke is het meest in gebruik. In ver¬

schillende deelen van Zeeland en op de ZuidHollandsche eilanden gebruikt men andere namen, nl. op Overflakkee en Zuid-Beveland zaaiwikke, op Zuid-Beveland en Walcheren wikke, op Walcheren en in Zeeuwsch-Vlaanderen vitsen en in Zeeuwsch-Vlaanderen en het Land van Hulst tamme vitsen.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt op bebouwde en onbebouwde gronden, vooral in Zuid-Europa voor. Bij ons wordt zij nogal gekweekt en is vrij vaak verwilderd gevonden.

Een bastaard van. V. lathyroides en V. sativa (V. peregrina') Koch.) is bij ons bij Deventer gevonden.

V. grand iflóra -) Scop. Qroo tb loein wikke (fig. 827).

Deze plant heeft liggende, kantige, vertakte, onbehaarde stengels.

De bladen zijn 4-7-jukkig met kleine, eironde, toegespitste, gevlekte steunblaadjes. De blaadjes zijn omgekeerd eirond of langwerpig-lijnvormig, onbehaard, gaafrandig, stomp of uitgerand.

De bloemen zijn bleekgeel, iets blauwachtig aange-

loopen en tweemaal zoo groot als de kelk, groot, alleenstaand of 2 bijeen op zeer korte stelen, bijna rechtopstaand. De kelk is buisvormig,

Vicia grandiflora Fig. 827. 1 peul.

•) peregrina = vreemd. -) grandiflora = grootbloemig.

Vicia sativa

Fig. 826.

Sluiten