Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B. Stengel zwak, klimmend. Bladen 1-parig gevind, met gedeelde toprank. Steunbladen half-pijlvormig. Stijl (vaak ook de meeldraden en de kiel) om zijn as gedraaid, zoodat de zijvlakken naar rechts en links staan.

a. Tros 1-(zelden 2-3-)bloemig. Stengel gevleugeld.

(io. Bloemstelen 2-3 maal zoolang als de bladen, in wier oksels zij staan, behaard, met 1-3 violet- of blauwachtige bloemen. Peulen knobbelig behaard,

7-8 mM breed. Plant behaard l. hirsutns blz. 681.

bb. Bloemstelen korter dan de bladen, in wier oksels zij staan, onbehaard, meest 1-bloemig. Bloemen wit, rose of blauwachtig. Peulen langwerpig-eirond, 12-15 mM breed, aan de rugzijde tweevleugelig . ... L. sativus blz. 682.

b. Tros meerbioemig, langer het blad, in wiens oksel hij staat. Peulen lijnvormiglangwerpig. meerzadig.

aa. Stengel kantig, niet gevleugeld. Wortelstok met knolvormig verdikte wortels

Zaden bijna glad tuberosus blz. 682.

bb. Stengel gevleugeld. Peulen onbehaard.

aaa. Blaadjes lancetvormig tot lijn-lancetvormig. Vleugels der bladstelen smaller dan die van den stengel. Navel voor de helft het eenigszins

knobbelig ruwe zaad omgevend L. silvester blz. 683.

bbb. Vleugels der bladstelen even breed ais die van den stengel.

«. Navel nauwelijks ' ;l van het zaad omgevend. Zaden met ronde knobbeltjes bezet. Kroonbladen purper. L. heteropliyllus blz. 683. {<• Navel 1 :1 van het zaad omgevend. Zaden met langwerpige, in elkaar vloeiende knoopjes bezet. Kroonbladen rose. L. latifoitus blz. 684.

L. Aphaca ') L. Naakte lathyrus (fig. 831).

Deze plant is onbehaard. De stengels zijn vierkant, zwak, klimmend,

meest niet vertakt.

De bovenste en middelste bladen zijn vervormd tot een vertakte rank, die aan den voet met 2 groote, bladachtige steunbladen voorzien is, die ovaal-spiesvormig, gaafrandig en stomp zijn en op 2 tegenoverstaande bladen gelijken. Ze hebben vaak aan weerszijden boven de spiespunt een kleir. tandje.

De bloemen zijn geel, vrij klein (8-10 niM) ;n staan 1-2 bijeen op stelen, die langer zijn ian de steunbladen en de ranken. De kelk heeft b lancetvormige, toegespitste tanden, die 3 maal zoo lang zijn als de buis. De bloemkroon is weinig langer dan de kelk en heeft een zwart

geaderde vlag, zonder bulten aan den voet. De stijl is recht. De peulen zijn 2-3 cM lang, 6 mM breed, omgekeerd eirond, sabelvormig gebogen, samengedrukt, onbehaard, 4-5-zadig met lichtgroene, zwartgevlekte zaden (fig. 831). O. 2-5 dM. Mei-Juli.

Biologische bijzonderheden. Vooral is bij deze plant merkwaardig de verschuiving der functie van de bladen op de steunbladen, terwijl de bladen alleen voor de vasthechting der plant aan andere dienen.

De gele bloemen hebben op de vlag een honigmerk. De inrichting der bloem is als bij L. pratensis, doch de stijl is naar boven toe slechts weinig en geleidelijk verbreed.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt op droge, dorre plaatsen, vooral op kalkgrond in A\idden- en Zuid-Europa voor. Bij ons

') van a: niet en phakè: linze, dus onechte linze.

Lathyrus Aphaca

Fig. 831.

Sluiten