is toegevoegd aan uw favorieten.

De vogels van Guyana (Suriname, Cayenne en Demerara)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RHAMPHASTOS.

R. erythrorhynchus, Gm. = id., C ab. m Schomb. Reis. Toucaii noir a gorge blanclic de Cayenne, Daub.

Ad. Zwart; dekv. bov. d. st. geel; keel en hals wit met licln roomgele tint; borstband scharlakenrood evenals de dekv. ond. d. st., snavel rood endoor gaans gevlamd als letterhout; basis en culmenlijn groenachtig geel, doch de basis v. d. ondersnavel blauw ; basisband zwart; naakt vel om de oogen loodblauw of loodpaars evenals het kinvel en aan den buik; poolen loodblauw; iris geel. L. 55, vl. 26.5, st. 17.5, sn. 15.5. Geogr. dist. De Guiana's, Beneden-Amazoneen N. Brazilië. Lok. dist. Bijna overal.

„Bij den Witkeel- of Gewonen Grooten Toekan, eng. \\ hitethroated Toucan or Bouradie, fr. Toucan noir a gorge blanchatre, is de snavel korter dan de eenigszins vierkante staart. In lichaamsgrootte en kleur gelijkt hij wel wat op de voorgaande soort, doch bezit geen witte stuitvederen maar gele dekvederen boven den staart. De snavel ziet er bijna even

groot en dik uit.

In de kolonie heeten W.-T. Biegie Koejakee, d. w. z. Groote Toekans, bij de Arowakken Boeradie, bij de Caraïben Koejake en bij de Warrau's Aheesimoe. Het talrijkst worden ze aangetroffen in de oerwouden, zoowel in de lagere als hoogere streken. En dat gewoonlijk bij paren of troepjes, die doorgaans in de hoogste boomen zitten en van tijd tot tijd hun eigenaardig „koe-ja-kee" of „pie-ja-po-ko" laten hooren. 1 och zijn W.-T. niet zeer schuw en dit denkelijk omdat hun gezicht

slechts weinig ontwikkeld is.

Het voedsel van W.-1. bestaat uit vruchtjes, zaden, palmzaden enz., die in hun geheel opgeslokt worden, maar de pitten later weer uitgebraakt, omdat alleen het zachte gedeelte der vruchten in de maag kan verteren, Naar men beweert drinken deze vogels ook zelden of nooit.

Wat nog opmerking verdient, is het feit, dat de baardjes en schachten der witte halsvederen van den W.-T. zeer dun en slap zijn en wel wat op spinnewebben gelijken; het is tevens merkwaardig hoe gauw deze vederen, eenmaal nat geworden,

weder opdrogen.

De vlucht van den \\ .-T. geschiedt schokkend en is nimmer van langen duur. Ook de klimkunst verstaat hij niet, maar