is toegevoegd aan uw favorieten.

De vogels van Guyana (Suriname, Cayenne en Demerara)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter maar één paar, wat meermalen in kleine weilanden gebeurt, waar niet veel vee voorkomt, dan treft men in den regel 2, zeldzamer 3 eieren in één nest aan, dat dan ook volstrekt niet zoo groot is; elk ei wordt tevens met een tusschenverloop van een of meer dagen gelegd. Ook bij het nazien van groote legsels kan men, door den vorm en grootte van elk ei in aanmerking te nemen, uitmaken, dat elk wijfje gewoonlijk 2, zelden 3 eieren legt.

Beide seksen broeden; de mannetjes schijnen een weinig minder talrijk dan de wijfjes. De broedtijd duurt minder dan drie weken. De zwartachtige jongen zien er allerleelijkst uit, vooral een nest vol. Zij missen tevens het kielvormige uitgroeisel aan den bovensnavel. Hun groei geschiedt snel, maar nog vóór ze kunnen vliegen, klimmen en springen allen reeds op de takken in de nabijheid der nestplaats rond. Hun eerste vederkleed is dof bruinzwart van kleur, zonder metaalglans, de staartpennen zijn smaller. De overgang van jong tot volkomenheid geschiedt door ruiïng, niet door kleurverandering der vederen. De snavel van jonge G. A. is tevens korter en het uitgroeisel aan den bovensnavel minder hoog en scherp dan bij volkomen uitgegroeide individuen in het glanzend vederkleed.

Het volksgeloof kent den Anie wonderkracht toe. Zoo zou het krakend geluid van één dezer vogels, voor iemands deur gehoord, een huwelijk voorspellen, maar van een geheelen troep daarentegen een sterfgeval.

C. major, Gm. = id., Cab. in Schomb. Reis. = id., Schlegel, Mus. P. D. = LAni des Palctuviers, Buff.

Ad. Glanzend blauwzwart niet een opmerkelijk metaalachtig groenen, staalblauwen en violetblauwen weerschijn; vederen aan kop en nek min of meer smal en de enden verdeeld; vederen aan kop, nek, rug en borst met metaalachtig groene randen; naakte oogomtrek, snavel en pooten zwart; iris geel of groenachtig geel. Jong Dofier, bruinzwart van kleur zonder metaalglans; staartp. smaller; snavel korter; iris donkerbruin. L. 45, vl. 20, st. 25, tars. 4.3, culm. 4.8. (ieogr. dist. V -Amerika van af Columbia tot Peru, de vallei der Amazone noordwaarts tot de Guiana's, Trinidad, Venezuela en Brazilië tot La Plata. Lok. dist. De lagere streken.