Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T. viridis, L. = T. mclanoplcrus, Cab. in Schomb. Reis.

0 Knevelvleklcen, kaken en keel zwart; overig gedeelte v. d. kop, achternek en borst glanzend purperblauw : rug en kleinere vl. dekv. goudachtig blauwgroen met purperblauwen weerschijn, overgaande in purperblauw of donker paarsblauw aan stuit en dekv. bov. d. st.; overige ond.d. helder oranjegeel; dijen en vleugels zwart, de slagp. met witte basis evenals de zoomen aan het basisgedeelte v. d. buitenvlag der slagp. v. d. Isten rang; middelste paar staartp. bronsgroen met blauwen weerschijn en zwarten endband, het tweede en derde paar hetzelfde maar de binnenvlag zwart, de drie buitenste paren zwart maar het schuine endgedeelte wit evenals een gedeelte v. d. buitenvlag; snavel groenachtig of grijsachtig; oogleden grijsachtig: pooten grijsachtig; iris bruin. Kop, borst, rug, stuit en dekv. bov. d. st. donker grijs; overige ond.d. oranjegeel; dijen zwart; vleugels zwart; basis der slagp. wit; basishelft der slagp. v. d. isten rang met witte zoomen aan de buitenvlag en het endgedeelte gevlekt; vl. dekv. met min of meer smalle, witte golvende lijnen ; drie buitenste paar staartp. zwart met witte tippen en golvende witte vlekken aan de buitenvlag en een klein gedeelte v. d. binnenvlag ; snavel zwartachtig. Jong <ƒ Ongeveer als het wijfje, maar de bov. d. als bij het volwassen mannetje ; middelste paar staartp. met een bronsgroenen glans ; snavel zwartachtig, snavelbasis echter loodgrijs. L. 28, vl. 15, st. 15.5» tars. 1.5, culm. 1.8. Geogr. dist. Columbia, Ecuador, Peru, Venezuela, Trinidad, de Guiana's, het dalgebied der Amazone en O.-Brazilië. Lok. dist. Bijna overal.

Paars-borst Trogons of Gewone Geelbuik Trogons, eng. Purplebreasted Trogons, fr. Trogons a ventre jaune, behooren tot onze gewone, maar tevens fraaiste vogels. En dat zoowel in het binnenland als in de zwampachtige lagere streken. Hun snavel is typisch, kort, breed, gekromd en aan de snijranden van den bovensnavel onregelmatig zaagvormig ingekerfd, terwijl talrijke ruige borstelharen den snavelwortel omringen. De dicht op elkander staande vederen zijn uiterst los aan de opmerkelijk dunne huid bevestigd, zoo zelfs, dat bij een dooden vogel, alleen door het vallen van tak tot tak, een gedeelte der vederen wordt afgerukt, hoewel geprepareerde, gedroogde huiden, wat stevigheid betreft, niet van die der andere vogelsoorten verschillen.

P. T. leven over het algemeen bij paren: mannetje en wijfje zitten gewoonlijk dicht naast elkander en soms voor een geruimen tijd roerloos, om dan eensklaps met een duidelijk „wr-wrrr" op te vliegen, met den snavel een vruchtje of

Sluiten