Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NYCTIBIUS.

Sub/amilicn.

A, Aantal plialanges aan den buitenteen normaal; klauw v. d. middenteen zonder inkervingen; groote plekken poederachtig dons aan borst en zijden; tarsus zeer kort, veel korter dan een der teenen.

XYCTIBIIN^E.

B. Aantal phalanges aan den buitenteen gereduceerd tot vier; klauw v. d. middenteen van inkervingen voorzien als een kam.

.... CAPRIMULGIN^E.

Subfam. der NYTIBIIN/E.

Species.

NYCTIBIUS, VIEILL.

N. bracteatus, Gould. = N. ru/us, Cab. in Schornb. Reis.

Ad. Helder roodbruin, motachtig gevlekt enz. met zwart, donkerder aan den bovenkop; onderbuik en crissum lichter van tint, zonder zwarte schakeering; eene serie witte vlekken, elk door eene zwartachtige lijn omringd, langs den bovenvleugel en schouderstreek alsmede aan bovenbuik, onderbuik en crissum echter gestipt met zuiver zijdeachtig wit; slagp. v. d. rang donker bruia met lichter bruine

binnenvlag; staart helder roodbruin met onregelmatige zwarte dwarsstrepen; dekv. ond. d. vl. bruin. Jong Ongeveer hetzelfde, doch lichter van tint en geheel bedekt niet groote lichte vlekken; ook de witte vlekken hebben eene minder zuivere tint. L. 23, vl. 15.8, st. 12.5. Geogr. dist. Peru, Ecuador en de Guiana's. Lok. dist. Vooral het binnenland.

„Evenals de volgende 3 soorten, onderscheiden Zwartgevlekte Bruine Geitenmelkers, eng. Spotted Rufous Goatsuckers, zich door uiterst korte pooten, oningekerfde klauwen aan de middenteenen, alsmede gehoekte snavels en poederachtige, zachte, donzige plekken aan borst en zijden.

In de kolonie behooren Z. B. G. tot de zeldzaamste soorten, maar verschillen overigens in levenswijze niet van de andere groote Nachtzwaluwen.

Sluiten