Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geldt. Enkele soorten bewonen uitsluitend donkere plaatsen, maar de meeste geven de voorkeur aan open boschranden vol zonlicht. Gedurende zekere seizoenen, vooral den kleinen drogen tijd, schijnen K. talrijker, omdat de individuen zich dan om bepaalde boomsoorten, zooals de Swietieboontjes, vereenigen. Hun hoofdvoedsel bestaat uit insectjes, die ze met behulp hunner rekbare, tweespletige, kleverige tongen uit de kelken der bloemen trekken of aangrijpen. De kromsnavelige soorten hangen als het ware onder het voeden aan de bloemkelken, de rechtsnaveligen daarentegen schijnen de bloemen van boven af te doorboren; daarbij geraken hunne kop- en keelvederen dikwijls geheel bevuild. K. steken hunne lange snavels snel de eene kelk in, de andere uit, hoewel er ook soorten zijn, die het voedsel van onder de bladeren af vergaren. Aan bepaalde bloemen geven K. de voorkeur, b.v. bij rozen of jasmijnen ziet men nimmer Kolibries.

De vlucht van K. onder het voeden is fladderend, maar zoo snel bewegen, vooral de kleinere soorten, hunne vleugeltjes, dat die niet meer te onderscheiden zijn, en alleen een gonzend fr.r.r.r. gehoord wordt. Soms schijnen de vogeltjes te twijfelen in welken bloemkelk hun snavel te steken, en blijven dan meermalen ettelijke seconden in de lucht hangen, dikwijls zelfs met den snavel loodrecht naar onder of naar boven gekeerd. Hunne rechtstreeksche vlucht gaat vergezeld van een ander even karakteristiek geluid, dat wel wat overeenkomt met het fluiten van een voorbij vliegenden kogel, en op plaatsen, waar K. nogal talrijk worden aangetroffen, klinkt het gefluit aanhoudend. De vogeltjes zelve zijn evenwel onzichtbaar, daar ze veel te snel voorbijschieten.

Over het algemeen vergaren de grootere K.-soorten hun voedsel in hooge boomen, de kleinere daarentegen lager bij den grond. Sommige schijnen uiterst schuw, andere weer laten zich tot op een meter afstand naderen. Alle onderscheiden zich door eene uiterst vechtlustige natuur en durven zelfs arenden aanvallen en op de vlucht drijven. Dit klinkt wel wat ongelooflijk, maar als men de snelheid der vlucht, de nietigheid van het vogeltje, gepaard aan eene weergalooze vermetelheid

Sluiten