Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PIPREOLA.

waardige oranjegele kleur bezit. Ook de vederen worden tot versiering gebruikt.

Subfam. der COTINGINCE.

EIGENLIJKE KOTINGA'S.

Genera.

A. Grooter vormen met middelbaar ontwikkelde staarten:

„Vleugeldekvederen normaal; snavel kleiner; seksen verschillend, het mannetje met scharlakenrooden snavel en karmozijnrooden borstband.

PIPREOLA, SWAINS.

,, Als voren; snavel langer; seksen verschillend, het mannetje met helder blauwen rug en purperroode borst of keel.

COTIXGA, BRISS.

„Vleugeldekvederen verlengd en stijf; seksen verschillend, het mannetje roodachtig purper met witte vleugels en staartbasis.

.... XIPHOLEXA, GLOGER.

B. Kleiner vormen met zeer korte staarten.

„Seksen van ten naastenbij gelijke kleuring, maar het mannetje wordt gekenmerkt door een violetachtig vederkwastje aan elk der borstzijden.

IODOPI.EURA, LESS.

Species.

PIPREOLA, SWAINS.

P. whitelyi, Salv. et Godm.

<-f' Bov.d. grijs met eene groene tint, uitgezonderd aan den kop; wenkbrauwen goudgeel, evenals een smallen band aan den achterkop; vleugels en staartp. zwartachtig met bruinachtig gele randen; ond.d. grijs met eene licht groenachtige tint; borstband karmozijnrood, overgaande in goudgeel aan de zijden; dekv. ond. d. st. roodbruin; snavel scharlakenrood; pooten oranjegeel. $ Bov.d. olijfgroen, wenkbrauwen en nek-

Sluiten