Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keur op in het lage struikgewas. Zijn voedsel bestaat grootendeels uit insecten. Evenals het Mierenkoninkje volgt hij dikwijls de rijen der roofmieren, Eciton sp., niet zoozeer om de mieren zelve, maar wel om de opgejaagde andere insecten.

„Het geluid, dat de mannetjes met behulp hunner vleugels voortbrengen, klinkt zeer eigenaardig, ongeveer als een sissend s-r-r-r-r, gevolgd door een luid „flap" en vindt zijn oorzaak in de lucht, die tusschen de stijve baardjes der trillende kromme slagpennen heenschiet, waarna de vleugels met een slag tegen het lichaam worden gebracht. Herhaaldelijk laten de vogeltjes deze geluiden hooren, alsof ze er behagen in scheppen.

C. m. broedt vooral gedurende het kleine droge seizoen. Het nestje komt geheel overeen met dat van P. aurcola. De 2 of 3 eieren zijn stomp ovaal, bijna glansloos licht okergeel, doch gevlekt, gestipt en gestreept met geelbruin en lilagrijs. De bevlekking vormt in den regel een breeden, duidelijken krans om het stompe end der schaal. M. afm. 19 X M-5 ni.M.

C. gutturosa, Desm. = Manakin a tcte noirc de Caycnnc, Daub.

Bovenkop, middenrug, vleugels en staart zwart; stuit grijs; rugband wit. evenals de ond.d. tot aan het abdomen, dat geheel grijs is; snavel zwart; pooten oranje. § Groen, ond. d. lichter van tint. L. 10.8, vl. 5, st. 3-3- Geogr. dist Z. O. Brazilië tot Cayenne.

„De Grijsbuik Tril-Manakin, eng. Gray-bellied Manakin. fr. Manakin a tête noire, zou van de voorgaande soort verschillen door een grijzen buik. Toch heb ik evenwel individuüi van de C. manacus gezien, met gedeeltelijk grijzen buik Deze zouden misschien eene subspecies, C. m. gulturosa, kunnen vormen.

Sluiten