Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grijs, of grijsachtig zwart met enkele witte vlekjes aan den voorkop. De snavel is naar verhouding langer dan bij T. cinereum, doch volstrekt niet zoo breed en krachtig als bij de

volgende soort.

„Wat lokale verbeiding, nesten, eieren enz. aangaat, verschillen G. T. in het geheel niet van T. maculatum.

T. pictum, Salv.

Ad Vederkleed ongeveer als T. maculatum, doch de ond.d. helderder van tint; snavel opmerkelijk krachtiger en breeder dan bij de drie voorgaande species; snavel zwart; pooten bruin; iris geel. Geogr. dist. Eng. Guiana en Suriname. Lok. d,st. Vooral de lagere streken.

„De Breedsnavel Tieter of Schoffelsnaveltje, eng. Broadbilled Pipitouri, bezit een opmerkelijk krachtiger snavel dan de voorgaande soorten, doch dezelfde zwarte strepen aan keel en borst als de Streepkeel en Grijskop Tieters. In levenswijze en lokale verbreiding verschillen de drie soorten niet veel, doch worden over het algemeen zeldzamer aangetroffen dan de gewone Geelbuik Tieters. De 2 eieren van T.'p. zijn tevens iets grooter, doch verschillen overigens in kleur niet van die der Streepkeel Tieters. M. afm. 18.5 X '3-5 m.M.

EUSCARTHMUS, WIED.

E. zosterops, Pelz.

Ad Bovd. olijfgroen met een witachtigen kring om de oogen; vleugels en staartp. zwartachtig met olijfgroene randen; ond.d. licht geelachtig; snavel en pootenbrum. L. 10, vl. 5.3, st. 4. Geogr. dist. De Guiana's en de Beneden-Amazone. Lok. dist.

Het binnenland.

Het Olijfrug Spatelsnaveltje, eng. Olive-backed-Spatulate-bill, gelijkt evenals de volgende species nogal op de I ïeters, doch de snavel is opmerkelijk korter en meer spatel- dan schoftel-

vormig.

O. S. behooren tot onze zeldzame soorten, doch komen overigens in levenswijze overeen met de volgend soort.

Sluiten