Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achtiger; dekv. ond. d. vl. en binnenzoomen der slagp. wit; snavel zwartachtig, ondersnavel lichter; pooten grijsachtig zwart. $ Ongeveer hetzelfde, doch de achternek donker kastanjebruin; voorkop zwart met enkele witte stippen. L. 14.5, vl. 6.8, st. 5.5. Geogr. dist. De Guiana's. Lok. dist. Vooral de binnenlanden.

„Zoowel bij de voorgaande soort als bij den Zwartkop Mierensperwer, eng. Black-headed Ant-shrike, fr. Fourmilier gris a tête noire, gelijken de mannetjes wel wat op elkander en op T. ncevius, doch de wijfjes verschillen opmerkelijk.

De Z. M. komt zelden langs de kust voor, doch verschilt in levenswijze enz. niet van T. doliatus.

T. cinereiceps, Pelz.

^ Bov.d. grijs ; bovenkop grijs met eene zwartachtige tint op het midden der vederen; bovenrug zwart gevlekt; rugvlek wit; vleugels, dekv. bov. d. st. en staartp. zwart met witte zoomen en tippen en een witten dwarsband aan de buitenvlag van het buitenste paar staartp.; ond.d. lichter van tint, middenbuik witachtig ; dekv. ond. d. vl. en binnenzoomen der slagp. wit; snavel zwartachtig, basis v. d. ondersnavel lichter; pooten grijs ; iris bruin. $ Ongeveer hetzelfde, doch de bovenrug bruin getint; geheele kop, nek en borst kastanjerood. L. 13, vl. 6.5, st. 4.5. Geogr. dist. Venezuela, Guiana en Rio Negro. Lok. dist. Vooral het binnenland.

„De Grijskop Mierensperwer, eng. Gray-crowned Ant-shrike, fr. Fourmilier a tête grise, mist den geheel zwarten bovenkop, terwijl het wijfje een kastanjerooden kop enz. bezit.

G. M. worden in de intermangrove terreinen slechts zelden aangetroffen, maar verschillen overigens in levenswijze enz. niet van de volgende soort.

T. cirrhatus. Gm. = id„ Cab. in Schornb. Reis. = Picgrièche huppce dn Canada, Buff. = Le Fourmilier huppé, Buff.

Bov.d. grijs met eene bruine tint aan den rug; kuif aan den bovenkop zwart; vleugels zwart, slagp. v. d. 2den rang en dekv. met breede, witte randen ; staartp. zwart met witte tippen en eene witte plek aan de buitenvlag van het buitenste paar rectrices; ond.d. grijsachtig wit; middenbuik wit; kopzijden, keel, hals en middenborst zwart; dekv. ond. d. vl. en binnenzoomen der slagp. wit; bovensnavel zwart, ondersnavel loodgrijs; pooten grijs; iris bruin. $ Bovend. als bij het mannetje, doch de bovenkop helder roodbruin ; ond.d. licht bruinachtig geel of geelbruin ; keel en borst zwart gestreept; middenbuik witachtig. L. 14, vl. 7.5, st. 5.3. Geogr. dist. De Guiana's, Venezuela en Trinidad. Lok. dist. Vooral de lagere streken.

20

Sluiten