Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TERENURA, CAB. ET HEINE.

T. spodioptila, Scl. et Salv.

Bov.d. donkergrijs; wenkbrauwen wit; bovenkop zwart; kopzijden lichtgrijs; rug helder kastanjebruin; vl.dekv. met breede, witte enden; ond.d. lichtgrijs; keel en borst wit; dekv. ond. d. vl. wit; bovensnavel zwartachtig, ondersnavel lichter grijs; pooten grijs. $ Ongeveer hetzelfde, doch de kop bruinachtig en de keel min of meer zwartachtig. L. 9.3, vl. 4.8, st. 3.8. Geogr. dist. Eng. Guiana en Suriname. Lok. dist. Het binnenland.

Het Witkeel Mierenroovertje, eng. White-throated Antthrush, is min of meer verwant aan de voorgaande soorten. De neusgaten zijn eenigszins verlengd, de staartpennen nogal lang en dun, terwijl de scutellen aan de tarsi min of meer

duidelijk te zien zijn.

„Het W. M. komt slechts bij uitzondering langs de kust voor en schijnt ook in het binnenland niet tot de gewone soorten te behooren.

RHAMPHOCiENUS, VIEILL.

R. melanurus, Vieill.

ö' Bov.d. muisbruin ; ond.d. witachtig ; danken bruinachtig ; staartp. zwartachtig, buitenhelft van het buitenste paar rectrices lichter van tint; bovensnavel zwartachtig bruin, ondersnavel iets lichter; pooten loodgrijs; iris grijsachtig. Ongeveer hetzelfde. L. 12, vl. 4.8, st. 4.3. Geogr. dist. Z.-O. Brazilië tot Venezuela. Lot. dist. Het binnenland.

„Evenals de volgende 2 species bezit de Zvvartstaart Mierenroover, eng. Black-tailed Ant-tlirush, fr. Eourmilier a queue noire, een rechten snavel, langer dan de kop. De neusgaten bevinden zich in smalle groeven en worden gedeeltelijk door een vlies bedekt. De tarsi zijn lang en glad.

„De Z. M. behoort tot onze zeldzame soorten en wordt alleen in het binnenland aangetroffen.

Sluiten