Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ammodramus.

grijsbruin; wenkbrauwen en vleugelbuiging helder geel; bovensnavel donkerbruin; snijranden en ondersnavel grijsachtig geel; pooten grijsachtig of geelachtig; iris bruin. Jong. Bruiner dan ad.; hals en borst zwartachtig gestreept. L. 12.5, vl. 6, st. 5.3, tars. :.8, culm. 1.2. Geogr. dist. Z. Amerika, van af Columbia tot Z. Brazilië en Bolivia. Lok. dist. Opene pleinen en savannes.

„De Kleine Savanne Gors, eng. Little Striped Bunting, gelijkt in kleur nogal op de Langstaart Gors, maar is kleiner en bezit geen spitse, lange staartpennen. De neusgaten zijn gedeeltelijk open, doch de basis met pluimpjes bedekt.

K. S. G. worden bij paren, zoowel

in velden, weiden enz. der lagere kuststreken, als op de droge savannes van het binnenland aangetroffen, waar ze bij de Indianen bekend staan als Sriepoe, bij de Arowakken ook wel als

Kotoemarie. Onze andere bevolking

r rtr- ' K°P van Ammodramus,

noemt ze Pikien-Alatta-fowroe of Konie- ma,„mbe.

konie-fowroe, d. w. z. Kleine Ratvogel

of Agoetievogel. Het eerste vanwege hunne levenswijze, het tweede om de dikwijls roodbruine kleur.

Ook de K. S. G. behooren tot de vogels, die in kleur min

of meer met den Am. Veldleeuwerik overeenkomen en dezelfde levenswijze volgen. Vlug rennen ze door het gras, zoekende naar zaden en insecten. Hun zang klinkt eenvoudig maar niet onaangenaam, ongeveer als „srie-po srie-po."

A. m. broedt vooral gedurende de droge seizoenen. Het eenigszins ronde, uit grashalmen,

bladeren enz. samengestelde

Nest en eieren van Ammodramus mautmbe. „ r _ -\f

nest, van ongeveer 8 ot 9 c.JNl. in doorsnede, wordt laag bij- of op den grond gebouwd. Het wijfje legt 2 of 3 ovale, kort-ovale of rondaclitige, nog al glanzende, witte eieren. Af. afm. 20 X 15-5 m.M.

Sluiten