Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DACNIS.

Subfam. der DACNIDIN^E.

SPITSSNAVEL HONIGKRUIPERS.

Species.

DACNIS, CUV.

D. cayana, L. — Le Pipit bleu de Cayentte, Dctub. = Grim per eau verd de Brésil, Daub. = D. eyanoeephala, Cab. in Schovib. Reis.

(-ƒ' Glanzend donkerblauw met eene groenachtige tint; bovenrug, voorkop, knevelvlekken en keel zwart, evenals de vleugels en staartp.; randen der slagp. blauw ; dekv. ond. d. vl. grijs, evenals de onderzijde der slagp. ; snavel zwart, basis v. d. ondersnavel grijsachtig ; pooten bruinrood ; iris bruinrood. § Helder glanzend groen ; kop blauw; keel grijs; iris zwartachtig. L. 10.5, vl. 5.5, st. 4. Gcogr. dist. Nicaragua, Costa Rica, Panama en Z.-Amerika tot Z.-Brazilië en Bolivia. Lok. dist. Bijna overal.

Onze Ultramarijn Suikervogels, eng. Ultramarine Sugarbirds, fr. Guit-guits ultramarines, behooren tot de subspecies D. c. txpica, gekenmerkt door eene lichtere blauwe kleur dan D. e. ultramarina van Panama. Toch verschillen individuen, in Suriname verzameld, onderling opmerkelijk in tint. Heel oude mannetjes zijn donker blauw, bijna zonder groene tint. De baardjes der vederen zien er dik uit, hetgeen het veder¬

kleed als met strepen bedekt, doet schijnen. Evenals bij de volgende 3 soorten is de snavel recht en spits.

In de kolonie staat de I'. S. bekend als Blauw-vink, doch het groene wijfje daarentegen als Groen-vink, evenals

de jongen. De Arowakken noemen ze K"i' van />«««« »««■ Jawalas'elie of Sakwie, de wijfjes en

jongen echter Bienietie, terwijl de Caraïben ze als Sakwie of ook wel als Toepoeloewansierie of Iakejenemowansierie aanduiden.

Sluiten