Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwaluw, d. w. z. Rivier- of Kreekzwaluwen. Men treft ze nog al talrijk aan langs alle opene waterkanten, dikwijls in vluchten van honderden individuen, die al kwinkeleerende en tjilpende op de boomtronken en afhangende takken langs het water zitten of wel gierende over de wateroppervlakte heen vliegen ter vervolging van insecten. Iïun gekwinkeleer klinkt zacht, maar lang niet onaangenaam. Slechts zelden ziet men ze op de daken van huizen zitten.

T. a. broedt vooral gedurende de droge seizoenen. Het nest van vederen, lappen, grashalmen enz., wordt geplaatst langs waterkanten, in holle boomen, boomtronken, palen van bruggen, verlatene spechtenholen, holen in den grond enz. De 3 of 4 eieren zijn ovaal, eenigszins glanzend zuiver wit. AI. a/m. 19

X 13-5 m-M-

Beide seksen broeden en overnachten in hetzelfde hol.

CHELIDON, FORST.

C. erythrogaster, Bodd.

Ad. Bov.d. staalblauw ; voorkop, keel en bovenborst roestachtig kastanjebruin ; overige ond.d. met dezelfde tint overtogen ; vleugels en staartp. zwartachtig, al de rectrices, uitgezonderd de twee middelste, met witte vlekken aan de binnenvlag ; borstzijden staalblauw, het midden soms inéénvloeicnde tot een smallen band ; ond.d. licht roestbruin. Jong' Ongeveer hetzelfde, maar doffer van tint; voorkop bijna zonder bruin; uiterste staartp. korter. L. 17, vl. 12, st., midd. rectr. 5, uit. 9.8. Geogr. dist. Zont. O.-Siberië en N.-Amerika. Wint. Burma, Centr.- en Z.-Amerika. Lok. dist. Vooral de lagere streken.

Heem Zwaluwen, eng. Barn Swallows, kenbaar aan hare bruine onderdeelen en opmerkelijk gevorkte staarten met lange, dunne enden aan de twee uiterste rectrices, zijn trekvogels uit het noorden, die gedurende het groote, droge seizoen tot het begin van het kleine, droge seizoen, nog al talrijk in troepjes of bij paren op de savannes der lagere streken voorkomen. Een dezer vogeltjes vloog op een avond zelfs in mijne slaapkamer, in de stad Paramaribo.

Sluiten