Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dikwijls tot in woonhuizen, slaapkamers enz. Met immer vertikaal opgewipte, beweeglijke staartjes springen ze overal, op heggen, schuttingen, daken, of wel op den grond rond, zoekende naar insectjes, die hun hoofdvoedsel uitmaken. Hun zang klinkt nog al krachtig, ongeveer als „tjie-tjo-tjo-tjo-lie-lie-lo-lotjo-lo-lie-tjie-tjie-tjiet"! De zanger springt dan rusteloos rond of wel begint zijn zang van een lagen, drogen tak af, al hooger en hooger springende. Ook het wijfje zingt. Soms ziet men haar met hangende vleugels het mannetje volgen, en dan van tijd tot tijd instemmen met een herhaald „tjie-tjie-tjie". Dikwijls worden Gado-fowroe's zóó tam, dat ze al zingende tot op een vensterbank naast een zittend persoon nederdalen. Ja, het gebeurt meermalen, dat men vroeg in den morgen door zingen in de slaapkamer wordt gewekt. Jammer echter, dat zoovele dezer lieve zangertjes, juist door hunne tamheid, de prooi van katten worden.

T. m. broedt min of meer het geheele jaar door. Het nest van grashalmen, bladeren, vederen enz. werdt in het woud in lage, holle boomen, tusschen de stelen van palmbladeren, orchideeën enz. gebouwd. De meeste G. H. geven evenwel de voorkeur aan bewoonde plaatsen, waar ze tusschen het „troelie" van kampen of wel onder de daken van stallen, huizen, beslagruimten, holle palen, in schuttingen enz. nestelen. Dikwijls vindt men nesten in oude blikken van geconserveerde levensmiddelen. Ik ken zelfs een geval, waarbij een landbouwer een paar oude schoenen had weggeborgen, en toen hij ze weer wou aantrekken, verhinderd werd door het protest van een geheel broedsel Hegzangertjes. Soms plaatst men ook een flesch of kruikje enz. tegen een huis aan, maar niet aan den regenkant, teneinde de Gado-fowroe's tot nestelen uit te noodigen, hetgeen ze zelden weigeren.

Het wijfje van den G. H. legt doorgaans 3 tot 5, min of meer ovale, ten naastenbij glanslooze of eenigszins glanzende, geelachtig witte of licht geelachtige eieren, min of meer geheel bedekt met roodbruine, geelbruine, roestbruine, licht chocoladebruine en purpergrijze vlekjes en stippen, soms gelijkmatig over de geheele oppervlakte der schaal, doch meermalen ook

Sluiten