Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elkander, en twee bedekten hunne lichamen; en ieder hunner ging recht voor zijn aangezicht uit: werwaarts de aandrift huns geestes was, derwaarts gingen zij, en zij keerden niet om hij het gaan. En de gelijkenis der levende wezens : hunne verschijning was als van brandende kolen vuurs en als eene verschijning van fakkels. Dit was (het vuur) dat men heen en weer zag flikkeren in het midden der levende wezens, een lichtglans van vuur en uit het vuur schoot bliksemlicht. En de wezens gingen en keerden terug naar de wijze van den flikkerenden bliksem.

Alleluja, alleluja. % Con-| Alleluja, alleluja, i". De fitebüntur cceli mirabilia hemelen zullen getuigen tua, Dómine : étenim ve- van uwe wonderdaden, o ritatem tuam in Ecclésia Heer : maar ook uwe sanctórum. Alleluja.f. Po- waarheid in de Vergadesuisti, Dómine, super ca- ring der heiligen. Alleluput ejus corónam de lapi- ja. v. Gij hebt, Heer, eene de pretióso. Alleluja. kroon van kostelijk gesteente op zijn hoofdgeplaatst. Alleluja.

Vervolg van het H. Evangelie volgens Lucas

Voorschriften, welke de Zaligmaker aan de Leerlingen te onderhouden geeft bij de prediking van zijne Leer.

In dien tijd koos de Heer nog andere twee en zeventig (Leerlingen) en zond hen twee

Sluiten