Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Graduale

« Constitues eos, » zie bladz. 173.

Alleluja, alleluja. Te Alleluja, alleluja, f. U, gloriósus Apostolórura Heer, looft het roemrijk chorus laudat, Dómine. Apostelenkoor. Alleluja. Alleluja.

Vervolg van het H. Evangelie volgens Lucas

In dien tijd ging Jesus op een berg bidden, en Hij overnachtte in het gebed tot God. En als het dag geworden was, riep Hij zijne Leerlingen, en koos twaalf van hen uit, (die Hij dan Apostelen noemde): Simon, dien Hij den bijnaam van Petrus gaf, en Andreas diens broeder, Jacobus en Joannes, Philippus en Bartholomeüs, Mattheüs en Thomas, Jacobus den zoon van Alpheüs en Simon, genaamd den IJveraar, en Judas den broeder van Jacobus, en Judas Iscarioth, die de verrader geweest is. En met hen afgekomen zijnde, stond Hij op eene vlakke plaats, met eene schare van Leerlingen en eene talrijke menigte volks uit geheel Judea, en van Jerusalem, en van den zeekant, en van Tyrus en Sidon, die gekomen waren om Hem te hooren en van hunne kwalen genezen te worden. En die door onreine geesten gekweld waren, werden genezen. En de gansche menigte trachtte Hem aan te raken, omdat van Hem

Sluiten