Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aaclnaa («ri'gnt), s. schaduwloozen (In de

tropen). v

Ascltlc (98ttik); —al, a. waterzucht!?.

Ascrlb able (askratbab'l), a. toe te schrijven—e, v. a. toeschrijven. '

"on fakrlpi'n), s. toeschrijving • — titloiig, a. toegeschreven. '

A.li {ai), b. asch, esch ; nu — tiolder (—trav) een aschbalije; -|»au (—1»«»), aschbak (ia' Kachels); —en, a. van esschenhout. '• .1 a. beschaamd (of).

Athcolor (a-skola), 8.; -ed, a. aschgrauw. , h ery (oman), s. aschbelt; -hopper, loogvat; —hole, —pit, aschput.

-Islie» [wéizi, s. asch.

Aihler (wtila), s. hardsteen.

Ashore (eédj), ad. aan wal, aan strand. -*»h-wedae»day (ce*treuzeli), s. Aschda*. A«hy (tem), tt. aschachtig.

Aaide (9eaiil), ad. ter zUde; stage—, ge-

sprekken ter zijde op 't tooneel. !

Asialae (axinuin), a. ezelachtig.

Ask (««Ar) v. a. & n. vragen, verzoeken, vor- ! dereu; .\otliiag —, nothlag have, wie ' mets vraagt, krygt niets; to be — ed lu I church, onder de geboden staan; —alter, ! lor, trom, of, to, vragen naar, om, van' aan, op; — a questloa, eene vraag doen—'f, »• vrager, verzoeker. '

Askaa ce, (wid?w); —t, ad. scliuins. , ,w (ankju), ad. schuins, met verachting-«slaat (n8luut), ad. schuins.

Asleep (98lip), ad. in slaap.

Aslope (jsloitp), ad. hellend.

A«p(lc), s. (<Mi>(ik); adder.

Asp [(Bsp) s. ; —tree. esp, espenboom. Asparagus (»8jiterau9s), s. asperge.

Aspect [fKsp'kt), s. voorkomen, gezicht, beschouwing. ' y A*pen ((Bsp'u), s. esp; —, a. espen.

.«sper Ity (asp»riti), s. oneffenheid; ruwheid- 1

—ftu«, u. oneffen, ruw. '

As per» e (WJ)jis), v. a. besprenkelen; belaste-

.ra'J — s- besprenkeling; belastering.

Aaphalt («•*/ //),». asphalt; — lc,a. asphaltinch. •Ispira ut [Jtpulr'nt), s. dinger (naar een 1 post, en/..); —te (artjiireil), a. aangeblazen s. teeken van aanblazing; —te, v a met aanblazing uitspreken; —tion ««y,

*. aanblazing, vurig verlangen.

A.plr e v. li. streven, baken, (alter 4

lor, to); — er, s. strever, tracliter; —luit! n. strevend, jayend.

Asqulat [dskwint), ad. schuins, loensch scheel U . s- ezel; 8l,e —' ezelin; au -es' bridge, een ezelsbrug; to uiake aa — of oaeself, zich dom gedragen, dom duen. %

'Issafoetida (auifetiila), s. duivelsdrek. **af1 (9se^l> v. a. aanvallen;—able,a.aan- A

ïandbaar; —aat, a. aanvallend;—aat. er

s. aanvaller. '

AssaNsia (astxs'v), s. sluipmoordenaar- —ale A (astvgiueit), v. a. vermoorden; —ati'oa, s. i sluipmoord; —ator, s. sluipmoordenaar. * i SNnH" (anOlt), a. aanval, bestorminir- — 4. v. a. aanvallen, bestormen. ' ' *.

ASC. — ASS.

e A»«ay (m«|), proefneming, toets- au —

- Av"ibLr <"-''^",,"vë;i"3nug;

B1 -e- v" "• verzamelen, v. n. bi> eenkomen; —y MenWij B. vergadering . As.eut (Ment), s. toestemming; - v n toe.

(«») instemmen met -i'tlou

Kltl') TI K 1' t0esteiIII"»'g; -«tor (<£««(. Wet ;aJa.b,,:oêri -f- s- 'oestemmer. ' deren■ ? '* r-, '«weren, bevestigen, vorï!"' —'om, (««,'«) s. bewering, bevestiv, ,Til~ ' stBlliï: —or, s. beweerde.bevesfS. ~°ry' la""0ri>' *■ bewerend,

'• "■ belasten; he wa. _e<l uT * . J werti voor £20 aan tres l-iB-uii • -«b'e a. belastbaar; .TCfaS

A.net» *' ,iJ2",te,1'' belastingnieester.

- anir del> act,va' uaiatenschap;

"abilltlea, activa (werkelijk ver| mogen) en passiva (schulden). U

I ÜrZ!rr'>' T.a.plecl,.

tig verzekeren; -atiuu («reli'B , 1'leclitige verzekering. "•

"ud"n.ty «• gestadige ijver; toI-

A"n!.e,Tnt*. a- i ~'y, li- naarstig,

hal-ding. ' "■ ua;"-s»g''ei<l, vol-

Abê!S.„'an'""!' V' aanwUzen, aanstellen, -»ï ; -»b'«. a- bepaalbaar

!' ■ (atluUKlg it), s. aanwijzing, bepaling

cÏÏa& L iTT' [m,L"i>- s"

tuiatoi 1 —. I,, bnueruptcy. cuiatoren en executeurs m een faillissement; —er s aan-

A»i^i„rjr?'-,"^,aanw"zl"^be.temm'n:

I , ' (■"•«"leU), V. a. geluk .„aken (to);

! Vs.Ut TmÏwi v '!' 1 "• «elÜkmakiug.

(»'«'). v. a. helpen, bijstaan; v. n. to — Jat» tegenwoordig zijn; -««te, s. bustand stander1" ï' behulpzaam, s. helper, oiu' derw^Jzér. a" ",a,,er- secondant, hulpon-

Aüdizen *■ viststelling van gewicht,

i ïPit'.r ! ~' v',a' zctte"> bepalen; —r ?,m, E. i: *• recl'tszitting tweemaal per ..*l' . f™ C0U"tJr 01' gl'aafschap; court , •» hol van assises.

Assoeia ble ((Bnoué'bl), a. gezellig, —te s —tè*T a "'akke'-.|l«lge"oot, a. verbonden;' verbinden' vel:fei"-'nfbegeleiden, v. u. zich verbinden, — tlou, («mum'j) s, vereeni-

.-Ta*UgelTkl&'')' S' ^^Wuidendheldi

Assort (gsöat), v. a. sorteeren; —aieat, s Borteering; a large -ment of uoveltie.'

een groote sorteering van „nouvautés "

.""Ukóf5ni"r"^'- v- "■ leui«eu" bedaren, v. n. koltlng toestaan; -ment. s. leniging ver. mindering; B. ie„igel._ «-"«'«ï, vei-

A.auaalve (Mieetóc), a. lenigend.

Anuui e (eiüm), v. a. aannemen, zich aan-

Sluiten