Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

COR. - COR.

Corb (kÓab), s. kolenmand.

Corhan (kó»ban{, s. armbus, aalmoes.

Corbell (kóabail), s. schanskorf.

Corbel (kó»b'l), a. bloemkorf, nis; — steps, gevel trapjes.

Corby (kó»bi), s. raaf, kraai.

Cord (kóad), s. koord, snoer; to sell tinder the —s, ingepakt verkoopen; — of wood, vadem hout (128 kubieke voet inhoud); — of twine, streng garen; —. v. a. binden, opvamen; -maker, touwslager; —wood, brandhout; —age, s. touwwerk, tuigage; — ed, a. van touw gemaakt, gestreept, gebonden.

Cordelier (kósdalia), s. minderbroeder(Franciskaner).

Cordial [kóadjal], a. hartsterkend, hartelijk; —, s. hartsterkend middel; —ity, s. hartelijkheid; — ly, ad. Tan harte; —ness, s. hartelijkheid.

Cordon (Ardad'n), s. muurwerk, cordon.

C'or«lovan (kóadavan), s. zie Cordwain.

Corduroy (kóadjuroi), s. bombazyn, (dikke, geribde katoenen 6tof); —road, weg van blokjes hout.

Cordwain (/.dadicein), s. Spaansch leder; — er, s. lederbereider, schoenmaker.

Core (kóa), s. binnenste, kern, blokhuis, etter.

Co-respondent (kourispond'nt), mede-aanwezige, als mede-minnaar by een echtscheidingsproces.

Coriacious (kóariets's), a. lederachtig, taai.

Coriander (kóarievda), s. koriander.

Corintliinn (kortnthj'n), a. Korintisch; — order, Korintische bouworde; —, s. losbandig mensch.

Cork (kóak), s. kurkboom, kurk, kalkoen (aan een hoefijzer); —, v. a. dicht kurken, van kalkoenen voorzien, scherp zetten; —ingl»in, bakerspeld, paknaald;—«crew,kurketrekker; —screw-stairs. wentelt rap;—tree, kurkboom; —y, a. kurkachtig, kurken.

Corinorant (kuamarant), s. zeeraaf, vraat.

Corn (kóm), koren, graan, korrel, likdoorn, maïs; to tread oii miother's —i, iemand ergernis geven; there's — in Kgypt now, er is nu overvloed te eten; —, v. a. korrelen, pekelen; —beef, pekelvleesch;—bind, akkerwinde; —bottle, korenbloem;—chaudIer, korenkooper; —cracker, scheldnaam voor Kentuckiër; —cutter, likdoornsnijder; —dodger, soort van een koek; —factor, korenniakelaar; —Held, korenakker; —flag, zwaardlelie ; —floor, dorschvloer; —flower, korenbloem; —loft, korenzolder; —nierchant, korenkooper; — inill, korenmolen; —puppy« klaproos; — rocket, herik; — saiad, veldsalade; —trade, graanhandel; —wain, korenwagen.

Cornea (kóania), s. hoornvlies.

Cornel (küanal), s. kornoeljeboom.

Coriielian (kóanilj'n),*. kornalijn.

Corneuiuse (lcóanamjüz), s. herdersfluit.

Corneona (kóaniaa), a. hoornachtig.

Corner (kóana), s. hoek; to be driven into a —, in verlegenheid gebracht worden; tlie

poets* —, de dichtershoek (in de Westmtnster-Abdy); —house, hoekhuis; — stone, hoeksteen; — tile, nopkan; — tooth, hoektand ; —wise, overhoeks; — ed, a. gehoekt; —, v. a. in het nauw brengen.

Cornet (köanat), s. horen, peperhuis, cornet; a flourifth of — s, hoorngeschal; — cy, s. rang van kornet (2de luitenant).

Cornice (krtanis), h. kroonlijst, kornis.

Comicle (kóanik'l), s. horentje.

Corniculate (kóanikjuleit), a. horenvormig, gehoornd.

Corniforui (kóavifóm), a. horenvormig.

Comigeronw (kóanidzarat), a. gehorend.

Cornucopia (kóanjukoupia), hoorn des overvloed s.

Cornute (kóanjAt), v. a. horens opzetten.

Corny (koani)p s. horenachtig, gekorreld, graanryk, sterk, koppig.

Corolla (karola), s. kroontje, (eener bloem).

C<»rollary (koralari), s. gevolgtrekking, toegift.

Corona (karouna), s. kroon, kroonlijst, bloemrand; —I, s. kroon, krans, a. tot de kruin behoorend; — ry (koraiiari), a. eene kroon betreffend; —ry-vein, kroonader; — ry-artery, kroonslagader; —tion, s. kroning.

Coroner (korans), s. lijkschouwer.

Coronet (koranet), s. kroontje, hoofdsieraad.

Corporal (kiiaparal), a.;— lyad. lichamelyk, stoffelijk; —piiiiislimeiit, lijfstraf; —, s. korporaal; misdoekje of-kleedje; —ity, s. lichamelijkheid, stoffelijkheid.

Corpora te (kóapareit), a.; — tely, ad. ingelijfd ; —tenens, s. saam verbondenheid; — tion, s. genootschap, gild, gemeenteraad; —ation Hpiritual, bestuur van een hoofdkerk; —atiou temporal, bestuur van een gemeente.

Coruore al (kóapóarial), a.; —ally, ad. lichamelyk, stoffelijk; —Ity, s. lichamelyklieid, stoffelijkheid.

Corposant (kóapaz'nt), s. St.-Elmusvuur.

Corps (kóa), (pl. kóaz), s. bende, korps; voiunteer —, weerbaarheidskorpsen.

Corpse (kó>p8), s. lyk, romp.

Corpulen ce (kóapjtilans); — cy, s. zwaarlijvigheid; —t. a. zwaarlijvig.

Corpus cle (kóapask'l), s. lichaampje, stofdeeltje ; — cular (kóposkjute), a. stofdeeltjes betreffend.

Corradiation (kareidieti'n), s. vereeniging van stralen in één punt.

Correct (karekt), a.f — ly, ad. nauwkeurig, juist; —, v. a. verbeteren, kasteden; —Ion, s. verbetering, berisping; kastijding; under —Ion, behoudens verbetering; house of —ion, verbeterhuis, correctioneele gevangenis ; —ional, a. verbeterend; —We, a. verbeterend, s. verbeteringsmiddel; —ness, s. juistheid, nauwkeurigheid ; —or, s. verbeteraar, tuchtiger, corrector.

Correla te (korHeit), v. n. eene wederkeerlge betrekking hebben; —tion, s. wederzydsche betrekking.

Correlative (karelativ), a.; — ly, ad. weder-

Sluiten