Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

COR. — COU.

keert?, betrekkelijk; a — con|unctlon (als both — and): —ness, s. wederkeerige betrekking.

Correspon d (koratpond), t. 11. briefwisseling» voeren, overeenkomeu met, beantwoorden aan (to, Mith); let the nieans —d witli the object, aan het doel beantwoorden; —deuce, — dency, 8. briefwisseling, overeenstemming; —(leut, a.; —dently. ad. overeenstemmend ; —dent, 8. correspondent, handelsvriend ; — «ive, a. overeenkomstig. Corridor (koridó<?), s. gang, galerij. Corriglble (koridzib'l)t a. verbeteriyk, strafbaar.

Corrival (koratv'l), s. mededinger,—minnaar;

—ry, s. mededinging.

Corriratiou (koriveté'n), b. samenvloeiing. Corrobora ut {korobarent). a. versterkend ; —te, v. a. versterken, bevestigen; — tlon, ». bevestiging, versterking; — tive, a. versterkend ; bevestigend.

Corro de (kdroud), v. a. wegknagen, Invreten; —ding water, bijtend water; —ding care*, knagende zorgen; —dent, a. wegkr.agend, invretend; s. bijtmiddel; —debilIty, s. vatbaarheid voor invreting; —dible, a. vatbaar voor invreting; —sion, s. wegvreting; —sive, a. —sivelv, ad. invretend, kwellend ; — sive, s. bijtmiddel; — si venen, s. bijtendheid, scherpheid.

Corruga ut (korügsnt), a. rimpelend ; —te, a. gerimpeld; —te, v. a. rimpelen; —tlon, 8. rimpeling.

Corrupt (kernpt), a. bedorven, snood j —, v. a. bederven, omkoopen; v. n. bederven;—er, 8. bederver, omknoper; — Ibility, — ibleness, s. vatbaarheid voor bederf, -voor omkooping; —ible. a. —ibly, ad. aan bederf onderhevig; voor omkooping vatbaar;—ion, 8. bederf; verdorvenheid, omkooping; ettering; —ive, a. bedervend . —les*, a, onbederfelijk ; onomkoopbaar; —ly,ad. bedorven, sitood; —ness, s. bedorvenheid, verdorvenheid.

Corsalr [kóatêï), s. zeercover; roofschip. Corse [kóst), s. lijk.

Corselet (kósslit), 8. borstharnas.

Cornet (köasit), s. korset, keurs.

Cortege (kite.eidz), s. stoet, gevolg.

Cort ex (kóïtgks), s. schors;—Ical,— Icate, —Icated, a. schorsachtig ; — icose, a. bastig, schorsig.

Corusca ut (koroskant), a. flikkerend; —te. ! v. n. flonkeren, flikkeren ; —tlon, s. flikkering.

Corvette (kósvet), a. korvet.

Corvlne (kóavin), a. raafachtig.

Coryinb (korim), s, bezientros ; bloemkroon; —Iferous a. trossen- (bloemkroon) dragend; —ulous, a. kleine trossen hebliend. Coiecant (kosik'nt), s. medesnijlijn.

Cosey (kouzi), a. geborgen, warmpjes, behaaglijk.

Cos ine (kourain), n. cosinus.

Cosmetic (kozmetik(, a. schoonheidbevorderend; —, s. schoonheidsmiddel.

Co.inlcnl (lozmikT), a. _ly, ad. de wereld

betreffend, met de zon op- eu ondergaand. Cosmo gony (k»zmo{j9ni), s. leer van het ontstaan der wereld: —grapher, s. wereldbeschrijver; —grapliic, — graphical, a. wereldbesclirijvend ; — graphy, s. wereldbeschrijving; —logy ikizmobdéi), s. wereldkunde; —polltan (kozmopolit9U),— politc, s. wereldburger.

Cossack (ko89k), s. Kozak.

Cosset (ko*89t), s. huislam, lieveling; — r.a.

vertroetelen.

Cost {koet), s. prijs, kosten, verlies, schade, scheepsrib; at — price, tegen inkoopsprijs; under —, beneden inkoopsprijs; to buy at manufacturen*' — price, tegen fabrieksprijs koopen; without —, om niets, kosteloos; —a. 8. kosten, proceskosten; —al, a. van de ribben; —liness, s. kostbaarheid; — ly, a. kostbaar, v. a. & n. kosten.

Costard (kost ad), s. zekere appelsoort, kop;

—inouger, frtiitventer.

Costive (ko*tiv), a. hardlijvig, verstoppend;

—nes», s. hardlijvigheid.

Co.tiime {kattjUm, l<ostjum),s. kleederdraclit. gewaad.

Cot (kot), 8. hut, kot, vingerling, hangmat, wieg, kleine boot; —land, land bij pene hut; —quean (—-lletty), Jan hen; —'s wold, schaapskooi (op eene vlakte).

Cotangeut (kohttrndz'nt), s. mederaaklijn. Cote (kout), s. hut, schaapskooi, duiventil. Cottage (kotidz), s. hut, kleino villa; a — piano, een pianino; —r, s. hutbewoner, ook Cotter en Cottier.

Cotton (kot'n), a. katoenen; a — lord, een rijke fabrikant uit Manchester; — opoli». Manchester; —ocracy, de regeering (invloed) der katoenlords ;—, s. katoen;—gin.katoenzuivering-werktuig; —prints, gedrukte katoenen stoffen; —«puit. katoenen garen; —thistle, katoendistel; —tree,katoenboom-, —weed, katoenkruid; — out, —y, a.katoenachtig, vol katoen ; —, v. a. met katoen voeren ; v. n. ruig (pluizig) worden, zich verdragen (witli); to — to oue, iemand vleien. Coueli (kautë), s. rustbed, laag, schicht; — fellow, slaapmakker; —grass, —weed, hondsgras; —, v. a. nederleggen, verbergen, insluiten, veilen; to — a spear, een speer geveld houden; how to — it in proper terniN? (uitdrukken); to — au eye,de staar lichten; to — in writing, in geschrift brengen; —, v. n. liggen, bukken; — ant, a. liggend; llon —ant, (heraldiek);—ee, s. slaaptüd, laat bezoek ; —er, s. oogarts, klapper (register), staande hond ; — lng-needle,staarnaald.

Cough (kof), s. hoest; —, v. n. hoesten ; —er,

s. hoester; —Ing, s. (liet) hoesten.

Coulter (koult»), s. kouter.

Council (kanns'l), ». raadsvergadering; comiiion —, gemeenteraad; privy —staatsraad; Order in —, Koninklijk Besluit; Cabinet —, Ministerraad; —board, (de) raad; —lor, s. lid eeuer raadsvergadering.

Sluiten