Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ENT. — EPI.

(on, apon]; to — trouble, coiti, last, konten veroorzaken.

Entame (antetm), v. a. temmen.

Entangle v. a. verwarren, inwik¬

kelen, in verlegenheid brengen; — ment, s. verwikkeling:, verwarring, kwelling; —r, s. verstrikker.

Knter [ent»), v. a. Intreden, inkomen, aangeven, inboeken, inwijden, v. n. binnenkomen; (into) treden in; (upon) beginnen, aanvaarden ; to — into the kingdom of Ifeaveii, het koninkrijk der Hemelen ingaan; to — into orders (the church), geestelijke worden; to — into service, in dienst treden; the poor mntch-girl —eil upon

the Joys of Hcaven, werd het

llemelscli geluk deelachtig; to — upon an agreement, een overeenkomst (contract) aangaan; to he — e«l *»t the stationen*' hall, copierecht verkrijgen; to — a debt In a ledgcr, een schuld in een grootboek inschreven; a mercliant —s upon a risk, een koopman waagt een onderneming; to — protests agalnst,protest aanteekenen tegen; —Ing, s. ingang, begin; —ladder, staatsietrap.

Knteric (onterik), van de ingewanden; — fever, buiktyphus koorts.

Entero cele (anteronl), s. liesbreuk; —logy. b. beschrijving der ingewauden.

Enterprise (entapraiz), s. onderneming; —, v. a. ondernemen; —r. s. ondernemer.

Entertain (entatetn), v. a. onderhouden, vermaken, onthalen, koesteren (een denkbeeld, hoop, vrees); —er, s. onderhouder, onthaler; —Ing, a. — ingly, ad. onderhoudend, vermakelijk; —uient, s. onderhoud, onthaal, vermakelijkheid.

Enthrone [anthroun), v. a. op een' troon zetten; —ment, s. verheffing op den troon.

Enthusias m {anthitsieezm), s. geestdrift; — t. b. Uveraar, geestdrijver; —tic, —tlcal, a. y verend, hartstochtelijk, vol geestdrift, geestdrijvend.

Entie e (antait), v. a. verlokken, verleiden, aantrekken; —einent, s. verleiding, aanlok■«1; —er, s. verleider; —Ingly, ad. verleidelijk.

Entlre (antata), a. geheel, volkomen, oprecht, getrouw; —, s. bier (rechtstreeks van de brouwerij); —ly, a. geheel; —ness, s. geheelheid, rechtschapenheid; — ty, s. geheelheid, volkomenheid; —horse, s. hengst.

Entitle (antait'l), v. a. betitelen, benoemen, gerechtigd maken; to be —d to, aanspraak ^frecht', hebben op.

Entity (entiti), s. zijn, wezen, aanwezen.

Entoll (antotl), v. a. omstrikken, in een' strik vangen.

Entomb (antikm), v. a. begraven; —ment, s. begraving.

Entoiuolog ist (eiitamotodeitt), s. insectenkenner; —y. s. insectenkunde.

Entrails (entreilz), s. ingewanden.

Entrain (antrein), v. a. in den trein zetten.

Entrance (entran*), s. ingang, intrede, toe¬

gang, begin; —hall, voorhuis, vestibule; — money, intree-geld.

Entrance [autranf), v. a. verrukken.

Kntrap (antrtrp), v. a. vangen.

Entreat (antrit), v. a. bidden, smeeken, v. n. een verzoek aanbieden ; —er. s. bidder, smeeker; —I ad. —Ivo, a. biddend, smee-

kend; —y, s. bede, smeeking.

Entremets (dr^tameiz), s. tusschengerecht.

Entrepot (di\trapou), s. goederenmagazijn, entrepöt.

Entry (entri), s. ingang, intocht, boeking, aan» gifte ; —inwards (outwarils), in(uit)klaring ; bookkeeping by doublé —, by single —, dubbel —, enkel boekhouden ; n bill of een geleibriefje, een declaratie; nu —clerk, een memoriaalhouder; dutle» of —, invoerrechten.

Eiiuclea te (anjiéklieit), v. a. ontwarren; — tlou, s. ontwarring.

Enuuiera te (anjikmareit), v. a. optellen; — tion, 8. optelling; —tive. a. optellend,

Enuiicla te (innniieil), v. a. verklaren,uiten, aankondigen; —tion, s. verklaring, mededeeling, uitdrukking, voordracht; —tlve, a, —tively, ad te kennen gevend; -tory, a. uitend, verklarend.

Envelop (avvelop), s. omslag, omkleeding; —, v. a. ontwikkelen, inwikkelen; —ment, s. inwikkeling, verwikkeling.

Envelope {nt\velop, envaloup), b. briefomslag» omkleedsel; in au —, onder couvert.

Envenom [anten'm), v. a. vergiftigen, verbitteren : the —cd tongue of slander, de giftige lastertong.

Envi able (enviab'i), a. benijdenswaardig; — er, b. benader; —ons, a. —ously, ad. nijdig, afgunstig.

Environ (envair'n), v. n. omringen ; —s, s. omstreken.

Envoy [etivoi), b. afgevaardigde, gezant.

Envy (envi), s. nijd, wangunst; he was catei» up witli —, ...verteerd door nijd; —, v. a. benijden.

Eoliau (ioulj'n), zie Aeolian.

Epact (ipakt), s. epacta.

Epauleuient [ivólmant), s. borstwering.

Epaulet (epó/at), s. epaulet.

Epliemer a [ifemer»), s. ééndaagsche koorts; haft; —al, —Ie, a. ééndaagsch, kortstondig; —au —ou, s. dagvlieg; —Is, s. dagboek, astronomische dagtafel; —Ist, s. sterrenkundige, planeetlezer.

Ephlalte s (ajin-ltiz), s. nachtmerrie.

Epliod {e>ad, ifad). s. Jondsch priestergewaad.

Epic (epik), a. episch, verhalend ; — poeiu, —, h. heldendicht.

Eplceue (epitin), a. gelijkslachtig.

Epicur e (epikjüa), b. lekkerbek, zinnelijk mensch ; —oan (epikjurian), a. epicuriBtiach, sinneiyk, wellustig; s. epicurist, wellusteling; —ism (epikjurizm), s. zinnelijkheid, weelde.

Epicycle (episaik'l), s. bijkring.

Epidemie (epidemik) s. aanstekende ziekte, volksziekte; —, —al, a. aanstekend, besmettelijk.

Sluiten