Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MEC. — MEL.

ten der werktuigkunde; —ian [mekanli'n), s. werktuigkundige ; —s, pl. werktuigkunde.

Mediaal* m (mekanizm), s. werktuiglijk samenstel; bewerktuiging; —t, s. werktuigmaker, werktuigkundige.

Mechliu. (meklin), s. Mechelsche kant.

Mecoiiitini (makotiujatn), 8. maankop-. papaversap; eerste afgang van kinderen.

Medal (medal), k. medaille, gedenkpenning; —lic imadaflih), a. van munten of gedenkpenningen; —lion, s. medaillon, legpenning; —lint (medal is t), s. penningkundige.

Meddle (meil'l), v. n. zich bemoeien; «inlaten (witli); zich mensen (in)i — r, s. bemoeial; —•ome, a. bemoeiziek, overgedienstig ; —«outeuess, s. bemoeizucht, overgedienstigheid.

Meddliug (medlii\), a. bemoeiziek; —, a. bemoeizucht, inmenging.

Mediaevnl (mfdiiv'l), a. middeleeuwse)!.

Medi al (mid>al), a. middelbaar, gemiddeld; —ant, b. middelloon; —nstine(midi atf tan), s. middelrif; —ate, a. —atcly, ad. gemiddeld, middelijk; —ate (midieit), v. a. middelen, bijleggen, v. n. tusschenheide komen; —ntion (medieis'n), 8. bemiddeling; —ator, 8. bemiddelaar; — ntorinl (mediatórial), a. bemiddelend; —ntrix, s. bemiddelaarster.

Medlc able (medikalt'l), a. geneesbaar; —al. a. —ally. ad. geneeskundig; the —al faculty, de medische faculteit; —al attendance. geneeskundige hulp; — nl prof'eMsloii. het vak van geneeskunde; my —al friend. mijn vriend, de dokter; a —al man, een dokter; —•I Jurisprudeitre, gerechtelijke geneeskunde ; — ainent s. geneesmid lel; — ameutal (medikamental), a. geneeskrachtig, heilzaam; —aster, s. kwakzalver; —ate. v. a. met artsenij vermengen; — ation (medi kets'n), s. bereiding (gebruik) vau geneesmiddelen, genezing.

Medlcin ablc (madisinaWl), a. geneeskrachtig; —al, a. —ally, ad. van (volgens) de geneeskunde. geneeskrachtig; — © (medisin), 8. ge neusmiddel, artsenij, geneeskunde; to study —e, in de genees unde studeeren.

Mediocr e (midioulca), a. middelmatig; —Int, s. middelmatig mensch ; —Ity (midiokriti), 8. middelmatigheid.

Medita te (mediteit), v. a. overpeinzen, overwegen, beramen, v. n. peinzen; —tion (mediteii'n). 8. overpeinzing, overweging; —tlve, a. overpeinzend, overdenkend.

Mediterrane»ii (mediteretnjan), a. middelland sch; —, s. Middellandsche zee.

Medium (midjam), b. (pl. media), middel, midden, middelstaat, -term, medium (voor spiritisten b. v.); through the — of, door tusschenkomst van; circulating —, betaalmiddel; —paper, mediaunpapier; —price. middelprys.

Medlar (media), s. mispel, mispelboom.

Medley imedli), a. vermengd, verward; —, s. mengelmoes, pot-pourri.

Mednll ar (madula); —ary, a. mergachtig: —ine, s. zonnebloempit; —a, s. merg.

Meed (mtd), b. belooning, fooi.

Meek (mi'-), a.; —ly,ad. zachtzinnig, nederig; ■*ewis the —, Lodewtfk de Goede; —en, v. a. verteederen, gedwee maken; — nes*,s. zachtmoedigheid.

Meet (mit), a.; —ly, ad. geschikt, dienstig, passend ; —ness, 8. geschiktheid, gepastheid.

Meet (mit), v. a. ontmoeten, te gemoet komen, v. n. bijeenkomen; (wlth) aantreffen, vinden, ondervinden, ondergaan, voorkomen, het hoofd bieden aan ; he ca me to — ns. hy kwam ons tegemoet, to — one's wishes, iemands wenschen voorkomen; to — one's liabilities, aan zijn verplichtingen voldoen, schulden betalen; to — at the Ntation.van het station afhalen: to — expeimes, de kosten bestreden; to malie botli ends —,rondkomen ;I*arliainent will — in Xovember, het Parlement zal in November bijeenkomen; more tlian —s the eye. meer dan men wel ziet (er schuilt wat achter); we met him halt'way, (fig.) w\j kwamen hem tegemoet;—er, s. ontmoeter; —Ing, s. ontmoeting, bijeenkomst, vergadering; —ing-house, vergaderhuis, kerk.

Megrim (migrim), s. schele hoofdpijn, migraine, gril.

Melanchol ic (melankolik); —y, a. zwaarmoedig, droefgeestig; —Ic, s. zwaarmoedige, droefgeestige; —iiiens, s. aanleg tot zwaarmoedigheid; —y, s. zwaarmoedigheid, droefgeestigheid.

Melange (maloudé), s. mengsel.

Melasaes (miltrsizi, pl. melasse, stroop.

Melicerou* (miltwas), a. eene honigachtige stof bevattend.

Melilot (melilot), s. honigklaver.

Mellor ate (miliateit), v. a. verbeteren; — \n,^j9vets' n), s. verbetering; —Ity (tut'iöriti), s. beterheid, voortreffelijkheid.

Mellif erous (melt/ar>*), a. honig voortbrengend; —leation, s. honighereiding; — —Iiience (meltftuani»), s. honigvloeiing; — •—Inent, —luous, a. van honig vloeiend, honigzoet.

Melllt e (melait), s. honigsteen; —ic, a. van den honigsteen; uit honig verkregen; —acid, honigzuur.

Mellow (melö), a. zacht, murw, malsch, rijp, dronken; a —sound, een zacht, aangenaam geluid; —voice. wine etc. weeke, zachte stem, wijn enz.; he was —, hy was „vet" ; —, v. a. & n. zacht-, murw-, malsch of rijp maken (worden); — nes*, s. zachtheid; murwheid, rijpheid; —y, a. zacht, murw, zalvend.

Melodious (meloudias), a.; —ly, ad. welluidend ; —ness. s. welluidendheid.

Melnd ize (melodaiz), v. a. welluidend maken ; —y, s. welluidendheid, zangwijs.

Melodrama (melodrama), s. melodrama.

Melon (melav), s. meloen ; —ground, meloen bed ; —thistle, meloendistel ; —tree, meloenboom.

Melt (melt), v. a. smelten ; (down) versmelten, oplossen; diep roeren; verkwisten; —, v. n. smelten; (away) wegsmelten, verdwijnen;

Sluiten