Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PAN. — PAR.

panische schrik; — «track (stricken), door hevigen schrik bevangen.

Pannnde (pitneid), s. korte sprong (van paarden).

Pannage (parnidz), s. zwijnen-, boschvoer,

mestrecht.

Pannel [parnal), a. boerenzadel, krop van een' valk.

Pannier (pasnja), s. pak-, draagmand.

Paimply (patnaplï),,j. volledige wapenrusting.

Panorama (peenarama), s. panorama.

Pansy (parnzi), s. driekleurig viooltje.

Pant (pauit, pdnt), s. hartklopping; —, v. n. kloppen, beven, hijgen; (aftcr, for) hunkeren, verlangen naar (to — for glory, for breath).

Pantaloon Ipcent airtri), s. hansworst; — s,pl. lange, nauwsluitende broek.

Panter (panta), s. hijger, snakker.

Panthe isiu (pa'iithiizm), s. pantheïsme; — int, s. pantheïst; —on (panthian), s. pantheon, godentenipei.

Panther {parutha), s. panter.

Pantile (peevtail), s. dakpan, ook „kachelpijp" (hoojfe hoed).

Panto graph (vasntagratf), s. teekenaap; — graphy (pan.ograji), s. het gebruiken van den teekenaap; —meter (pantomata), s. almeter; —mime (po-ntamaim), s. gebarenspel, pantomime, pantomimist; —mimic (ptentamlmik), a. pantomimisch.

Pantry (ptrntri), s. provisiekamer, -kast.

Panurgy (pa"iiadzi), s. bekwaamheid in alles.

Pap (pcep), s. tepel, pap, vieesch (van vruchten) ; —, v. a. met pap voeden.

Papa (papa), s. papa, vader.

Pap acy (peipasi), s. pausdom, pausschap; —al (peip'l), a. pauselijk.

Papaverous (paporvarex), a. papaverachtig.

Papaw (papó), s. meloenboom, meloen.

Paper (peipa), s. papier, nieuwsblad; to rommlt to —, op het papier brengen, neerschrijven; to put pen to —, de pen op het papier zetten; to aend In one's —a, zich aangeven, ontslag aanvragen (uit den dienst); a tlrst-rate —, een uitmuntend opstel; a radical —, een radikaal blad; blotting—, vloeipapier; brown —, grauw papier; draw ing—, teekenpapier; filtering—, filtreerpapier; foolscap —, propatria, groot formaat; fureign-post—, mailpapier; glazed —, geglnnsd papier; letter (post)—, postpapier; ütamped —«gezegeld papier; waste —, scheurpapier, misdruk ; —, a. papieren, licht, dun; —blurrer, papierverknoeier; —board, persplank; — book, schrijf boek ; —credit, papier-, wisselcrediet;—currency. omloop van handelspapier; — faced, met een doodsbleek gelaat; —folder, vouwbeen; — hanger, behanger; —haogings, pl. kamerbehangsel ; —liuut (Hares and Houndi), „snipperjacht"; —kite, (papieren) vlieger; —knife, vouwbeen; —maker,papiermaker; —man, koopman in schrijf behoeften; — man ufactory, papierfabriek; —mill, papiermolen, archief van King*s*bcnch; — money,

papieren geld; — office,staatsarchief;—plne, spelden op papier gestoken; — scull. domkop; —atainer, drukker (verkooper) van gekleurd papier; —weight, „presse-papier" of papierdrukker; —, v. a. in papier pakken, behangen (met papier).

Papilio (papt/jou), s. vlinder; — naceoua (papiljöiieti'8), a. vlinderachtig.

Papillary (parpi/ari), a. tepelachtig.

Papis ui {petpizm), s. pausdom; — t, s. pausgezinde; —tlcal (papistik'l), a. pausgezind; —try, s. pausdom, pa:>erij.

Papp oui (po'pa.i), ti. harig, wollig; —y, a. papachtig, week, zacht.

Papul ae (ptrpiuli), pl. puistjes, huiduitslag; — ou». a. puistig.

Par (pda), s. gelijke waarde, pari; to be at (upon a) —, gelijk staan met; above —, boven pari, below —, beneden pari; they soon got on a — with them,zij kwamen weldra op gelijke hoogte als zij.

Parable (paral*'!), s. gelijkenis, parabel.

Parabol a (parar.hala), s. kegelsnede; —Ie, —ical (peerabolik), a. van eene gelijkenis, van de kegelsnede; —ically, ad. door gelijkenissen, als eene kegelsnede; — lat, s. verhaler van gelijkenissen.

Paracentric (pccrasentrik), a. van het middelpunt afwijkend.

Parachute (parraiüt), s. valscherm.

Paraclete (patraklit), s. trooster, (godg.), voorspraak.

Para*coat (p&rakout), gummi-overjas.

Parade (paretd), s. praalvertoon, pronk, afwering, parade, paradeplaats; —, v. a. pronken met, parade laten maken, afweren ; v. n. vertoon maken, optrekken, parade maken; make no — of your wealth, pronk niet met uw' rijkdom.

Paradigm (parradaim), s. voorbeeld.

Paradis e (pteradaiz), b. paradijs;thefool's —, Luilekkerland; —iacal, (pee ra dis ai aki), a. paradijsachtig.

Paradox, (parradok»), s. wonderspreuk; — ical. a. —ically, ad. (pceradoktik'l), wonderspreukig ; — icalness, s. schijnntrydigheid.

Paradrome (ptvradroum), s. onoverdekts gang.

Parage (patride), s. gelijkheid (van geboorte bij erfenisverdeeling),

Paragog e (jicsret/oudz), s. woord verlenging; —ic, — ical ipcBragodzik'l), a. woordverlengend.

Paragon (pofraga»), s. model, voorbeeld, makker; a — of virtue,'beauty, een toonbeeld van deugd, schoonheid; —, v. a. vergelijken, evenaren ; v. n. wedijveren.

Paragram (ptrragram), s. woordspeling.

Paragraph (parragrafu s. paragraaf, -teeken; —ic, —ical, a. —ically, ad. (paragras/ik), in (bij) paragrafen of afdeelingen.

Parahellon (pavahilj'n), s. bijzon.

Parall ectic (pceralektik), a. parallactisch; -ax (pasralaki), s. verschilzicht (in den stand der sterren), parallax.

Parallel (pwrelal), a. evenwijdig, gelijk; to

Sluiten