Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PRE. - PRE.

ijlinpr; —ant. a. — nutly, ad. nederstortend, haastig, overijld ; — ant, s. neerslaand middel; —«te, a. — ntely, ad. steil, haastig, overijld; —ate, s. bezinksel; — ate, v. a. & n. nederstorten, (doen) nederplofTen, (zich) overhaasten; —ation, s. nederstorting, overijling, nederploflinir, bezinksel; —ator, s. bespoediger; overhanster; —ons. n. — ously, ad. steil, overijld, voorbarig; — onsness, s. overijling.

Precis e {prUato), a.; —ely, ad. stipt, juist, nauwkeurig, overdreven, nauwgezet; — eness. s. stiptheid, nauwgezetheid; —ian (prUtz'n), s. Jantje sekuur, zenielknooper; —ion. s.stipt heid, juistheid, juiste bepaling; —ive (prttaiziv), n. nauwkeurig bepalend.

Preclu do {priklftd), v. a. uitsluiten, verhinderen, voorkomen; tliat— desall unneccit«ary trouble. dat sluit allen onnoodigen last uit; to —de from au ndvantage, van een voordeel berooven-, — nloutpriklAz'n), e. uitsluiting, verhindering; —«ive {priklAsiv), a. —si vely, ad.uil sluitend,verhinderend.

Precoci oui (prikottsa*), a. vroegrijp;—ty, (prikoriti), s. vroegrijpheid (=» — ousness).

Prerogitate {prikodziteit), v. a. voorat' overleggen.

Preeognltion (prikoffiiti'n), s. voorkeunis, voorloopig verhoor.

Precompose (priksmpouz), v. a. vooraf opstellen.

Preeon eelt {prxkansit), s. vooroordeel; — eelve, v. a. vooraf oordeelen; — ception (prikanreps'n), s. vooraf opgevat begrip; — eert (prikansót), v. a. vooraf beamen; — sl«»n, v. a. voorat ter hand stellen, — afdoen.

Precontract {prikontrakt), s. voorafgaand verdrag; — [prikantrarkt) v. a. vooraf overeenkomen.

Preciirii Ive (prikósiv), — ory, a. voorafgaand, voorloopig; —or, s, voorlooper,voorbode.

Preda ceons {pridetsa»), a. van roof levend ; —tory (predatari), a. roovend, roofzuchtig; —tory raids, strooptochten.

Preileceased {pridfrist), a. vóór overleden.

Predecessor {pridaseta), s. voorganger, voorzaat.

Predeatinarian {prïdestinêarjan), s. aanhanger van de leer der voorbeschikking.

Prede«tiu ate (priilestineit), v. a. voorbeschikken; —ate, a. voorbeschikt; —ation, {prxdeatiiieti'n), s. voorbeschikking: —ator, 8. voorbeschikker ;zie Predeatiiiariaii; —e

(prfrfe»£tw).v.a.vooraf bestemmen; — bepalen.

Predetermiii ate (priditóminit), a. vooraf bepaald; — ation (priditvminets'n\, s. voorafbepaling; —e, v. a. vooraf bepalen.

Predlal {jyridjal), a. landbouw-, boerderij-; —entate, landgoed; — tithes. vruchttiendeu ; —slaves, lijfeigenen: slavery at the Cape * had been ratlier domestie tlian —.

Prediea ble {predik'bl), a. toe kenbaar, toe te kennen; — bility (predikabiliti), s. bepaalbaarheid, bevestigbaarheid; —ble, s. predicaat, universeel, wat aan eene zaak kan

toegekend worden; —ment (pridikam9)it), s. klasse,orde,kritieke toestand ;--nt,s.bevestiger, prediker; —ntfrlars. predikheeren, Dominicanen ; —te (predikeit), s. gezegde, predicaat; —te, v. a. & n. bevestigen, toekennen; —tion (predikeii'n), s. bevestiging, toekenning; —tory(,—tlve) {prepik9t9ri),{tiv), a.bevestigend, beslissend.

Predict (pridikt), v. a. voorzeggen, voorspellen; —ion, s. voorzegging, voorspelling, profetie; —Ive, a. voorspellend (of); — or,s. voorzegger, voorspeller.

Predilectiou (pridileki'n), s. voorliefde (Tor, to).

Prédispos e{priditpouz), v. a. voorbereiden; vooraf geschikt (geneigd) maken; —ition, (pridinpazti'n), s. voorbereiding, vroegere genegenheid.

Predomin ance ipridominans), s. overwicht, overhand; —ant. a. —antly. ad. overwegend, meest heerschend; —ate, v. n. overwicht (de overhand) hebben ; (over) meest heerschend zijn; —ation (prtdomineH'n), s. overheerschincr, beslissende invloed.

Pre-elect (prulekt), v. a. vooraf verkiezen; —Ion, s. vóórverkiezing.

Pre-eminen ce (pnemt?*9?u).s.voorrang,meer« derheid, groote voortrefTel ijk heid; —t, a. -tly. ad. hoogst voortrell'elijk, verheven, bij uitnemendheid.

Pre-e nipt ion (priemê'n), s. vóórkoop; — rlglit, recht van benadering.

Preen (priw). gaffel (bij lakenbereiders);—, v. a. glad strijken, netten.

Pre»engage {prianjeidé), v. a. vooraf verbinden; —ment, s. vroegere verbintenis.

Pre-entablish {prustwblië), v. a. vooraf vaststellen; — ment, s. vroegere vaststelling.

Pre -e*nntiii e {priayzannin), v. a. vooraf onderzoeken; —ation {priapzeemineté'n), s. voorafgaand onderzoek, voorloopig verhoor.

Pre-exist {prfogztêt), v. n. vroeger bestaan; —enee. s. vóórbestaan; —ent, a. vroeger bestaand.

Prefa ce {prefat), s. voorbericht; — ce, v. a. van een voorbericht voorzien, bewimpelen; v. n. voorloopig (bij wijze van inleiding) zeggen; —eer, s. voorbericiitschrijver; —tory {prefatari), a. inleidend.

Prefect {prifakt), s. prefect, stedehouder, landvoogd ; —ure (prifektja), s. prefectschap, prefectuur,

Prefer (prifó), v. a. verkiezen, de voorkeur geven aan (above, before, to); bevorderen (to), verheften, voorstellen, indienen; —red atock, preferente fondsen; to — a bill, a request.een klacht indienen,een verzoek voordragen; —able {prefarab'l), a.—ably,ad.verkieslijk (to)|—ableness iprefarab'lna*),n.verkieslijkheid ; —ence {prefar911$), s. voorkeur; in —enee to, liever dan; —enee aliares, prioriteitsaandeelen; —ment, s. bevordering; —rer, s. voorkeurgever, bevorderaar, indiener; —ential, a. —ential trade, begunstigde handel; —ential tariffis, voordeelige tarieven.

Sluiten