Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PRO. — PRO.

een vervolging instellen; Counsel fop the —tiou, ambtenaar van het Openbaar Ministerie; the case for the —tion, het voorlezen van de aanklacht en het hooren der getuigen enz.; —tor. s. vervolger, eischer; the public —tor, de officier van justitie. Proselyt e (prosalait), s. bekeerling, proseliet; —e, v. a. bekeeren, overhalen (to); — iani, s. proselietenmakerij ; —i*e (pro*9litais), v. a. bekeeren, v. n. proselieten maken. Prosemlnatioii (prosemineti'n), s. voortplanting door zaad.

Pros er (prouzj),s. prozaschrijver, langdradig

verteller; —ing, s. langdradig verhaal. Prosod lal (proxoudjal)-, — ical (prosodik'l), a. van de prosodie; —iiut, —iit s. kenner der prosodie; —y (pi'089di), s. lettergreepmeting, prosodie.

Prospect (prospakt), s. uitzicht, verschiet, vooruitzicht, verwachting; a beautiful —« een schoon vergezicht; a — of au excellent erop, uitzicht op een uitnemenden oogst; little — of success, weinig hoop op welslagen; slie lias great —s, zij heeft groote verwachtingen, l'rospect iou (protpeki'n), s. (het) vooruitzien, voorzorg; —Ive, a. vooruitziend, voor- | ziclitig (In); —Ive glass, verrekijker;—us, s. plan, prospectus.

Prosper (proxpa), v. a. begunstigen, doen slagen, v. n. gedijen, gelukken, bloeien; —Ity (prosperiti), s. voorspoed, welvaart; — ous, a. — ously, ad. voorspoedig, gelukkig; — ousness, s. voorspoedigheid.

Prospicience (prouspié9ns), s. (het) vooruitzien.

Prosternatlon (prostvneié'n), s. nederwer-

ping, neerslachtigheid.

Prostitu te (prostitjüt), a. veil, eerloos; —te, s. huurling, hoer; —te, v. a. veil hebben, prijs geven, misbruiken, aan ontucht overgeven; —tion (prostitiks'n), s. veilheid, onteering, ontucht; —tor, s. onteerder, verleider. Prostra te (prustreit), a. neergestrekt, nedergeworpen, ootmoedig; to fall —,een' voetval doen ; to Ue —te, op de knieën liggen; —te, v. a. nederwerpen, omverwerpen; to —te oue'a «elf, zich op den grond werpen (uit eerbied b. v.); —tion (prostreté'n), s. neder-, omverwerping, voetval, verootmoediging, neerslachtigheid.

Prostyle (prostail), s. zuilenpoort, -ingang. Prosy (/trouzi), a. prozaïsch, langdradig. Prota sis (protesis), s. hoofdzin, voorzindeel, inleiding ivan een tooneelspel); —tic (prottttik), a. inleidend, openend.

Protect (protekt), v. a. beschermen (agaiust); behoeden (front); —Ion, s. bescherming, beschutting, betaling (van een' wissel); to take one into —iou, iemand in bescherming nemen ; writ of —ion (rechtst.), brief van vrijgeleide; —ionist, voorstander van het beschermend stelsel; —ive, a. beschermend; —ive duty, beschermend recht (op goederen); —ive tarlflTs, beschermende tarieven ; — or, s. beschermer, beschermheer,

protector; —orate, —orship, s. beschermheerschap, protectoraat, —oral. a. van een' protector; —rees, —rlx, s. beschermster. Protend (protend), v. a. uitsteken, uitstrekken.

Protest (proutgst), s. verklaring, verzet, protest; to enter m — agaiust. verzet aanteekenen tegen ;—*s charges, protestkosten; — (profe»t), v. a. tot getuige roepen, protesteeren ; v. n. betuigen, plechtig verklaren, zich verzetten (agaiust); to — a blll of exchange, een wissel protesteeren; — ant (protgit'nt), a. protestantsch; s. protestant; —antistn, s. protestantsche leer; —ation, (protosteii'n), s. plechtige tegenverklaring, verzet; —er, s. die protesteert, betuigt.

Protonotary (proutsnoutarï), s. opperschrU-

ver, griffier.

Proto col (proutskol), s. protocol, oorspronkelijke acte; —colist. s. protocollist, klerk; —martyr 8. eerste martelaar; —plast, s. voorbeeld, origineel; —type s. eerste model. Protract (protratkt), v. a. verlengen, verschuiven, op de lange baan schuiven;*—ed war, cainpaigu etc., een langdurige oorlog, veldtocht enz.; —er, s. rekker,uitsteller; —ion, s. verlenging, vertraging, rekking; —ive, a. rekkend, vertragend; —or, s. hoekmeter, tangetje (heelk.)

Protru de (protrtid), v. a. voortduwen, -stooten; v. n. voortdrlngen, uitsteken; —slon, 8. voortstooting; —sive, voortstootend, uitstekend.

Protuber ance (protjikbarrns), s. uitsprong, uitwas; —ant, a. uitspringend, uitpuilend, gezwollen; —ate, v. n. uitsteken, uitpuilen, zwellen; —ation. (pr9tjüb»reté'n), s. uitsteking, uitpuiling, zwelling.

Proud (praud), a. —ly. ad. hoogmoedig, trotsi'li, fier, verwaand (of) j prachtig,tochtig, loopsch ; as — as lucifer, zoo trotsch als een pauw ; — flesli, wild vleesch.

Prov able (prikvab'l), a. bewijsbaar; —e, v. a. bewezen, beproeven, ondervinden, ondergaan; v. n. blijken, worden, uitvallen, slagen ; to —e true, zich beve^igen, waar blijken te zijn.

Provectiou (/>rot?eWw), s. het verbinden van de laatste letter van een woord met het begin van het volgende, b. v.: a newt, voor den ouden vorm au ewt; the nouce, voor then oncej a itickuaiiie voor au ickname.

Provender (provand9), 8. beestenvoeder. Prover (prt>V9), s. bewysvoerder.

Proverb (provab), b. spreekwoord, spreuk ; —ial, a. —ially, ad. (prouv&bjal), spreekwoordelijk (— to a —).

Provide (provaid), v. a. verschaffen, bezorgen, voorzien (with); to — one's self, op zijne hoede zijn ; v. n. (agaiust), maatregelen nemen; (for) zorgen; —d, conj. mits. Providen ce (providan*), s. Voorzienigheid, voorziening, voorzorg, zuinigheid; —t, a. — tly, ad. vooruit zorgend, voorzichtig, spaar-

Sluiten