Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN. — REP.

Render (rend0), s. verscheurder, overgaaf, bekentenis; —, v. a. terug»-, overgeven, over-, opleveren, overzetten (vertalen), voorstellen, geven, maken, doen ; we «hall endeavour to — It to nccomit, wy zullen trachten het winstgevend te maken: to — a aervice. een dienst bewezen ; to — ttianks to God. Gode dank zeggen ; to — Into l^ntiii, in *t Latijn vertalen; to — up a town, een stad overgeven; —able, a. over te leveren, over te geven.

Rendez-vous {rand»cw), s. samenkomst, verzamelplaats; —, v. a. verzamelen; t. n. byeen komen.

Rendition (randii'n), s. overgave.

Renegad e (renageid), — o, s. afvallige, renegaat.

Reuew (rinjé), v. a. vernieuwen; to — au acqualntaiice, weder kennis aanknoopen ; —able, a. vernieuwbaar; —al, s. vernieuwing; —edly, ad. opnieuw; —er, s. vernieuwer.

Ren 1 te» ce (renitan«),. —cy, s. tegenstand ; —t, a. tegenstandbiedend.

Rennet (rmrut), s. renet, kaasleb; stremsel.

Renounce (rinautu) v. a. verloochenen ; afstand doen van, laten varen, verzaken (to — a party, alleglance)) —r, s. verloochenaar, verzak er.

Renova te (remveit), v. a. vernieuwen; — tion, (rensveU'n), s. vernieuwing; — tor, s. vernieuwer.

Renown, (rinaun), s. vermaardheid, faam; —ed, a. vermaard, beroemd (for); —edly ad. met roem; —le»«, a. roemloos.

Reut (reni)% s. huur, pacht, rente, scheur; a quarter'a —, drie maanden huur; —• charge, erfpacht; —-free, pachtvr'y ; to be —-free, voor niets wonen ; —roll, renteboek (—ren tal, inkomsten); — aervice, leendienst ; —stock,pacht in natura;—warden, rentmeester; —, v. a. verhuren, verpachten, huren, pachten; v. n. verhuurd (verpacht) worden ; —able, a. verhuurbaar, verpachtbaar; —al, s. rentenboek; —er, s. huurder, pachter, rentenier.

Renter, {rent»), v. a. fijn mazen, stikken ; — Ing. s. uiternaad.

Renunclation (rinnnieii'n), s. verzaking, afstand.

Reobtain (riobteiu), v. a. weder verkrijgen; —able. a. weder te verkrijgen.

Reord ain (r\6»detn), v. a. opnieuw wijden ; —Iiiation (riÓMlinets'n), s. wederinwijding.

Reorgan Ization [rxóaganizeiS ,n), s. vernieuwde inrichting, hervorming-; —Ize (rió»ua»aiz), v. a. opnieuw inrichten.

Repacify (riptrtifai), v. a. weder bevredigen.

Repack, (riptrk), v. a. verpakken.

Repair (ripêa), s. verstelling, herstelling, reparatie, verblijfplaats, leger, hol; out of —, bouwvallig : to keep in —, onderhouden; in good (bad) —. goed (slecht) onderhouden; the «hip want* —s, het schip moet op de helling, moet gerepareerd worden; —, ▼. a. verstellen, herstellen; v. n. zich bege¬

ven, zich vervoegen (to); —able. a. zie Reparable; —er. s. hersteller.

Répara ble (1 ep»r»Vt), a. herstelbaar; —tion (repareiz'n), s. herstelling, herstel, vergoeding; —tive (riptrrativ), a. herstellend, vergoedend, s. herstelling, vergoeding.

Repart ee [ripdti), s. snedig —, flink antwoord; he Ie qulck in (at) —ee, l«y is snedig en gevat in 't antwoorden; —ition (rir&tif'n), s. verdeeling, overslag.

Repnas (ripat), v. a. & n. weder voorbijkomen, — voorbijgaan, oversteken.

Repast [ripatt), s. maaltijd.

Repay (ripet), v. a. terugbetalen, vergelden, vergoeden; —, nog eens betalen ; to — au injury, een beleeditfing betaald zetten; to — a pass with a thrust. met gelijke munt betalen ; —able, a. terugbetaalbaar; —ment, s. terugbetaling.

Repeal (ripil), s. herroeping, intrekking, afschaffing; —, v. a. herroepen, intrekken, afschaffen ; —able. a. te herroepen, herroepelijk ; —er. s. herroeper, afschaffer.

Repeat [ripit), s. herhaling, herhalingsteeken; —, v. a. herhalen, opzeggen; —orders, nabestellingen; —edly. ad. bij herhaling;—er, ■.herhaler, repetitie-horloge (— — ing-watch); —Ing flrearui, repeteer geweer, —wapen.

Repel (ripel), v. a. terugdreven, -stooten, tegenwerken, afwenden; —lency, s. terugdry vende kracht; —lent, a. & s. terugdrijvend, verdeelend (middel).

Repent (ripant), a. kruipend (heraldisch).

Repent (ripent), v. a. & n. berouw hebben over (of); boete doen; —ance s. berouw; —ant, a. boetvaardig; — ant tears, tranen van berouw.

Repeople (ripip'l), v. a. weder bevolken.

Repercuss ion (ripafeui'n), s. terugstooting, weerkaatsing; —Ire, a. terugdrijvend, weerkaatsend.

Repertory (repdtari), s. inhoudsregister, verzamel hoek, lijst, magazijn.

Repetend (repatend), s. (rek.) repetent.

Repetiti 011 [repatti'n), s. herhaling: —onal. —0111, a. herhalend.

Repine (ripatn), v. n. (against, at) ontevreden zijn, morren over, benijden; —r, s. misnoegde, benijder.

Replace (riplett), v. a. verplaatsen, vervangen; —, weder plaatsen; —able, a. verplaatsbaar; —inent, s. verplaatsing, vervanging.

Replant (rtpldnt), v. a. verplanten; —able, a. te verplanten; —atiou, s. verplanting.

Replead (riplid), v. a. opnieuw bepleiten, v. n. opnieuw pleiten.

Repleniah (riplenii), v. a. vol maken, aanvullen; —ment, s. aanvulling.

Reple te (rip/it), a. vol (wlth); —tion, s. vulling, volheid,volbloedigheid; —tive.a.vullend.

Replrv iable (riplev'bl), a. losbaar, door borgstelling; —In, —y, s. opheffing van een beslag of verband; —y, v. a. lossen, opheffen (een beslag of verband).

Replica (replikd), s. copie of duplicaat van een schilderstuk of portret.

Sluiten