Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stü. - sub.

uit de Toeten maken; —pl. beenen i —y, Subaqneous [nbeikwiat), a. onder liet

a. vol stronken, kort en dik. water.

Btuu (»tvn), v. a. bedwelmen, verdooven; he Subastral [svbarttral), a. aardsch.

|a n ner, hij ia een „kraan," een bovenste Subcoiumittee (tvblcsmttx), s. subcommissie.

beste-, that wan a —ner, dat was kolos» Subcutaneous (sobkjütetujgs), a. onder de

saai!* huid aanwezig.

Stunt ($tvnt), v. a. In den grroei belemmeren. Subdeaeon (mbdik'n), s. onderdiaken; —ry,

Stupe (*tjüp), s. betdoekje, betting, (het) bet- —«hip, s. onderdiakenschap.

ten; , v. a. betten. Subdean (tvbdin), n. onderdeken; —ery, s.

Stu petoet ion (atjüpsfttki'n), n. bedwelming, waardigheid (ambt) van onderdeken,

verdooving, verbazing, ontsteltenis; —ive. Subdelegnte (snbdefogeit), a. onderafgevaar*

a. bedwelmend, verdoovend, verbazend; — digd ; —, s. onderafgevaardigde; —, v.a.voor

Ive, s. bedwelmend middel. een ander afvaardigen.

Stupef Ier (ttjApifai9), s. verdoover, ver- Subdivl de (tvbdivald), v. a. & n. in onder»

bazer, verdoovend middel; — y, v. a. ver- afdeelingen splitsen, « gesplitst zgn; — «ion

dooven, bedwelmen, verbazen. (avbdivtz'n), s. onderafdeeling.

Stn pen clou* (ttjupetidat), a. — ly, ad. ver- Siibduable (nbdjAgb'l), a. ten onder te bren-

bazend. Ken, te onderdrukken.

Stupid (ftjApid), a. — ly, ad. dom, bot, lomp•. Subtlue {avbdjA), v. a. ten onder brengen,

—Ity (fitjuptditi),—nes», s. domheid,botheid. onderwerpen, bedwingen; —«1 laugliter, in*

Stupor {*tjAp»), s. verdooving,gevoelloosheid, gehouden lachen, onderdrukt geluch; —p, s.

verbazing. onderwerper, bedwinger, onderdrukker.

Stupra te (ttjikprrt), v. a. verkrachten; ~ Suber ate (SAbareit), s. kurkzuurzout; — ic

tlon (gtjüprets'n), s. verkrachting. (fuberik), a. kurkzuur.

Sturd ily (atódili), ad.; —y, a. I'orsch, stevig, Subjacent (svbdiels'nt), a. onderliggend,

stout, driest, hardnekkig, onbeschaamd; —y Subject («0bd£»kt), a. onderworpen, onder*

beggar, vagabond, landlooper; — liteas, s. danig, onderhevig (to); —, s. onderdaan,

forschheid, stoutheid, hardnekkigheid, onbe- onderwerp; — matter, onderwerp voor op-

schaamdheid. "tel, ge«prek ena.; — itobdzekt), v. a. onder-

Sturgeon (ttAdi'n), s. steur. werpen, verplichten, blootstellen (to); —Ion,

Stutter (êtot»), s. gestotter; —, v.n. stotteren; s. onderwerping; —ive, a. —ively, ad. onder*

—er. s. stotteraar. werpelijk, subjectief.

Sty, Stye (»tai), s. varkenshok, zw'tfnenboel, Subjoin Itabdïotn), v. a. toe-, bijvoegen; to

strontje (aan het oog); —, v. a. in een var- — a note, reuiarks, een annteekening, op*

kenskot opsluiten. merkingen toevoegen.

Styglai» [*tt<l£»n), a. helscii; — dnrknes*. Subjuga te [rnbdiugeit), v. a. ten onder (onder

duisternis als in den styx, helsche duisternis, het juk) brengen; — tlon (avbdziijjeti'n),

— water, sterk water. s. onderwerping.

Styl e, s. styi, trant, wijze, titel, benaming, Subjnnc tion [tibdimijci'n), s. b\i-, aanvoe-

stift, griffel, naald; Old — e — O/S, oude ging; — tlve, a. aangevoegd, aanvoegend, s.

■tUl. de Juliaansche tijdrekening; Mew —e aanvoegende wijs.

— N/S). nieuwe stijl, de Gregoriaansche tijd- Sublation (svbletS'n), s. wegneming, rekening; to live In good —e, volgens den Subiet (SDblet), v. a. onderverhuren, goeden toon en smaak leven; to wrlte In Sublleutenant (sohbften'nt), s. onderluite* bad —e.onbehooriyk schryven;—ofcourt, nant.

kanselarijstijl; —e, v. a. noemen, betitelen; Subliut able Itvblatmgb'l), a. sublimeerbaar;

—Ish. a. pronkend, nieuwmodisch, fatterig; —ate (snblimeit), a. gesublimeerd, s. subli*

a —Ish ntarrlage, een „chique" huwelijk; maat; —ate, v. a. sublimeeren, verheffen,

—lat, stylist, iemand, die een „letterkundi* veredelen ; — ation, s. sublimeering, verhef*

gen" styi heeft. flngr, veredeling; —e [aablatm), a. —ely, ad.

Styptlc (*/tptik), a. As.bloedstelpend (middel). hoog, verheven, indrukwekkend, verrukt

Suable (iAalfl), a. vervolgbaar in rechten. (witli); —e, v. a. sublimeeren, opdraven,

Sua slot* (stcetz'n), s. overreding; —•Ive, veredelen ; —eness,—Ity, s. verhevenheid,

—sory, a. overredend. voortreffelijkheid.

Suave (sweiv), a. liefelijk, vriendelijk, met Subliueation (svblinieii'n), s. onderstreping.

zachte manieren: —ly, adv. Subllngual (8vbUi\ow»l), a. zich onder de

Suavity (suxvviti), s. liefelijkheid. tong bevindend.

Subacid (B9bn»id), a. zuurachtig. Sublunar (anblAn»), — y, a. ondermaansch.

Subactiou (tnbtrki'n), s. (het) ten onder Submarine (nnbmarin), a. onderzeesch; —

brengen, smelting; subact, v. onderwerpen. telegrapli (llne), de onderzeeschetelegraaf

Subalmoner (sobtrlmsna), s. onderaalmoeze- (lijn).

nier. Subuierge (avbmAdz), v. a. onderdompelen.

Subaltern lêvbóltm), a. ondergeschikt;—, s. onder water zetten, v. n. onderduiken, ondergeschikte; —ate, a. —ately (tobal- Submers e, v. a. zie Subuierge 1 —Ion

tAneitli), ad. beurtelingsch, beurtelings;— (»obmAi'ti),a. onderdompeling, overstrooming.

ation, s. afwisseling, ondergeschiktheid. Subminls ter, — trate ($vbmini$treit), v. a.

Sluiten