Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SUC. - SUI.

Surcour (tok»), s. hulp, bijstand; —, ▼. a. helpen, bijstaan; —er, s. helper; —less, a. hulpeloos; suceory (aaakari). *. cichorei. Snccubui (aukjubaa), s. droombeeld, nachtmerrie. . Succulen ce {aukjulana), —«y, s. sappigheid;

—t, a. sappie.

Snccumb {aakaam), v. n. bezwijken (to). SiuciiM ntiou (aokaaeii'n), s. draf; —Ion

(aakaai'n), s. schudding, schok.

Sucla (aota), a. & pr. zulk, zoo, zoodanig; — a oiie, zoo een, zulk een, zoo iemand; — as, zij, die; —are, bijvoorbeeld; —-lllce, dergelijke; — anti —. die en die; 110 — thlng, volstrekt niet, niets van dien aard.

Stick (avk), n. (het) zuigen, zog, melk;to glve —, de borst geven; —fish, zuigvisch ; a—• in. een bedrog, een beetneming; —, v.a. zuigen, inzuigen; —er, s. zuiger, zuigpüp, zuigviscli, scheut, uitspruitsel, onervarene, groen, zuiplap; —er, v. n. van loten (stekjes) ontdoen; —et, s. balletje, klontje (van suikerwerk); —Ing, s. het zuigen; —ing-bag, zuigpopje,-dotje; —ing-bottle, zuigflesch; —ing-pig, speenvarken; —ii>g-punip,zuigpomp.

Suekl e (mVl), v. a. zoogen; —ing, s. zuigeling, zuigend jong.

Suction (aaakë'n), s. zuiging; — pump, zuigpomp.

Suriat Ion (ajüdeti'n), s. zweeting; — orv (Sudatari), a. zweetend, zweet-; s. zweetbad, broeikas.

Sudden (aaad'n), a. plotseling, onverwacht; —, s.; oii (of) a —, plotseling, eensklaps; -ly. ad. plotseling, eensklaps; —ness, s. (het) plotselinge, onverwachte.

Sudorille (ajüdoriflk), a. zweetdrijvend; —,

b. zweetmiddel.

Suds (avdz), s. pl. zeepsop; In the —, In de

klem, in het nauw.

Suo (ajü), v. a. in rechten vervolgen ; (out) uitwerken, verkrijgen, v. n. verzoeken, aanhouden (for, om); lie was —d for debt, hy werd wegens schulden vervolgil; to — at law. in rechten vervolgen; to — fordlffamation, wegens laster aanklagen; to — for dntunges, schadevergoeding eischen langs wettelijken weg.

Suet (ajüat), s. niervet, reuzel, talk; —y, a.

reuzeli?, talkachtig.

Suffer (tuf»), v. a. lijden (by, from, witli); uitstaan, dulden, verdragen, toelaten, v. n. lijden; (for) boeten voor;—nble,a. — ably. ad. draaglijk, lijdelijk; -ableness, s. lijdelijkheid; —Aiice, s. lijden, geduld, toelating —er, s. lijder, predooger, toelater; —Ing, s. lijden, pijn, lijdzaamheid, toelating.

Sufliee (aafatz), v. a. voldoen, bevredigen; — It to nay, genoeg zij het te zeggen ; (with) verschaffen, v. n. voldoende (toereikend) zijn

Sufflclen cy, (aaftSarui), s. genoegzaamheid, toereikendheid, geschiktheid, eigenwaan; —t. a. —tly, ad. genoegzaam, toereikend; (for geschikt, bevoegd (for, to); —t unto the

day la the evll thereof, iedere dag lieert genoeg aan zijn eigen kwaad (brengt ziju zorgen en verdriet mee).

Suffix (aaa/ika), s. achtervoegsel; —, (avftka), v. a. achter aanhechten.

SuflToea te (aaafakeit), v. a. doen stikken, smoren; — tlon [anfakeii'n), s. verstikking; —tive, a. verstikkend.

SuflTrag an (aaafrag'n), a. ondergeschikt, hel' pend; —an. s. wijbisschop; —ate, v.n. stemmen; (with) instemmen met; —e, s. stem, goedkeuring,voorbede, kiesrecht; universal —e, algemeen kiesrecht; wonien'* —e, vrou wen k iesrech t.

Sii(Tuuitga te (aafjü ageit), v. a. berooken; —tlon (evfjümigeté'n), s. berooking.

SuflTus e (avfjikz), v. a. overgieten, overdekken (with); —Ion, s. overgiet ing, overdekking, waas, schaamrood.

Sugar {Hkffa), s. suiker; — of leatl. loodsuiker; —baker, suikerbakker; — barley, gerstesuiker; —-basiti, suikerpot; —-beet, suikerbiet; —«boiler, suikerketel; —box, —dish, suikerdoos; — candy, kandijsuiker; —cane, suikerriet; —house, suikerkokerij; —ladle. scheplepel; —loaf, suikerbrood ; —-mapte, suiker-ahorn; —-inill, suikermolen; —mould, suikervorm ; —nippers, —-tonga, pl. suikertang;—pan, suikerpan; —-pea, suikererwt; —-planter, suikerplanter; —-plantation, suikerplantage; —plum, klein suikergebak (muisjes, bruidsuikers enz) ; —reed, suikerriet; —rellner, suikerraffinadeur; —refluery. Buikerraffinaderij j — •liell, vrouwenmunt; —-sifter, suikerstrooier; —spirits, rum; —trilde, suikerhandel; —-works, pl. suikerfabriek; —, v. a. suikeren ; —y, a. suikerachtig, suikerzoet, van suiker houdend.

Suggest (aadzeat), v. a. ingeven, aangeven, inblazen, aan de hand geven, voorslaan; — er, s. ingever, inblazer, aanrader; —Ion, s. inblazing, wenk; —ive, a. (of) inblazend, een' wenk inhoudend.

Suield al (êüixatd'l), a. van den zelfmoord; —e {Huisaid), s. zelfmoord, zelfmoordenaar.

Sult (iiüt), s. stel, pak kleeren, reeks, kleur, | roem (in 't kaartspel), gevolg, stoet, verzoek, verzoekschrift, aanzoek, rechtsgeding, proces; n — of iiiouriiiiig, een rouwgewaad ; a — of armour, een volledige wapenrusting; to follow —. kleur bekennen (in het kaartspel), hetzelfde doen; a — of cards, een volgorde van kaarten van één kleur; an onk — of furnitiire, een eikenhouten ameublement; costs of tlie —, proceskosten ; to bring a —, een aanklacht indienen; a civil —. een civiel proces; a criminui —, een crimineel proces of strafzaak ; —, v. a. (doen) passen, kleeden, voegen, betamen, gelegen komen, inrichten, schikken (to), v. n. overeenkomen, passen (to), overeenstemmen (witli); to — tlie action to tlie word. de daad bij het woord voegen; does it — yon ? voegt het u? komt het u gelegen? we eau — yoti, wy kunnen er

Sluiten