Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoopren dunk koesteren van; — icorn, versmaden; to — well of, een goede meening hebben van ; he — • 110 amall beer of hiniaelf, hy heeft geen geringe gedachte van zichzelf; every man —* hia own geeae awfliii, elk meent zijn uil een valk te zyn ; do os you — fit (proper), doe zooals ge goedvindt; —, v. n. denken, oordeelen, besluiten, gelooven; (of) denken aan, «om, bedenken; (oit, upou) nadenken, peinzen over, voornemens zyn ; —er, s. denker ; —ing. s. het denken, gedachte, meening; to my —iuk. naar myn meening.

Tliinneaa (thinst),*. dunheid, schraalheid, Qdellteid, geringheid.

Tliird (thód), a. derde; — borough, onderschout, gerechtsdienaar; the — eatate, de derde stand ; —, s. derde deel, terts; flat —, minor —, terts mineur; — ly, ad. ten derde.

Thirl (thótj, v. a. boren, doorboren.

Thirat (thmt), s. dorst, begeerte, verlangen (after, for, of, naar); —, v. n. dorsten, verlangen (after. for, naar); —ily, ad. —y, a. dorstig; —ineaa. s. dorstigheid.

Thlr teen (thólin), a. dertien; —teeaith, a. dertiende ; —teentlily, ad. ten dertiende; —tleth (thutiat/i), a. dertigste; —ty, a. dertig ; the —ty yeara' war, de dertigjarige oorlog.

Thla(thi>), pr. deze, dezen, dit; for - onee, voor dezen éenen keer; by — (linie), nu al, thans, middelerwyi; by — (handelst.),, by of mits dezen; —day week. furtuight etc. vandaag over eene week, 14 d. enz.

Thlatl e (thts'l), s. distel; order of the —, de orde v.d. distel (Schotsche orde); —down, distelwol; —-liitch, distelvink, putter ; —y, a. distelig.

Thlther (thtth»), ad. daarheen, derwaarts; —to, ad. tot dusverre; —ward, ad. derwaarts.

Tho' (thou), conj. zie Though.

Thole (thoul), s. koepeldak, roeidol; —, v. a. verdragen; v. n. wachten, toeven.

Thong (thou,), 8 riem.

Thor aeic (thorttsik), a. van de borst,borst-; —ax (thórglct), s. borst.

Thorn (tliózn), s. doren, stekel; to be a In one'a «iele, iemand een doorn in 't oog zyn ; a — in the flesh, een ergernis; to be on —(fig.) op de pynbank zitten; no rosé without — s, geen roos zonder doornen; —apple,dorenappel; —back,stekelrog, oude vryster; —bush, dorenstruik; —bat, heilbot;—hedge, dorenhaag; — leaa, a. zonder dorens; —y, a. doornig, stekelig, moeiiyk, lastig.

Thorough (thnr9), a.; — ly, ad. geheel, volledig, volkomen, door en door; —baaa, generale bas; —-bred, wel opgevoed, volbloed; —-fare, doorgang, doorvaart, (hoofdstraat; no — fare,voor* t verkeer gestremd,niet verder te ryden!; —-golng, doortastend, recht door zee; —paced, —-sped, volkomen, doorkneed; a —-paced villain, een doortrapte schurk; — atitch, ad. door en door, geheel

en al; —toll, doorgangtol (voor vee); —«wax,

hazenoor (plant); — wort, leverkruid.

Those (thouz), pr. pl. van That.

Thou fthan), pr. gy ; —, v. a. op gemeenzamen toon spreken tot; to thee and —, jyën en

jouen.

Though (thou), conj. ofschoon, hoewel, toch, immers; aa —, afsof.

Tliought (thaut), h. het denken, gedachte, nadenken, overlegging, meening, oogmerk, bezorgdheid, weinigje; to take—, droefgeestig worden, bekommerd zyn; on second —a, by nadere overweging; to be burietl lu —s, in gedachten verdiept zyn; aecosid —n are aometimee best, de tweede gedachten zyn soms de beste; for want of —, b\j gebrek aan gedachte, aan nadenken; he feela a — better, hy gevoelt zich ietwat beter; a — more yellow. een beetje meer geel; —reader, gedachtenlezer; —readiaag, gedachtenlezen; —alck, mymerend; —ful, a. —fully, ad. peinzend, bedachtzaam, opmerkzaam, bezorgd; — fulneae, s. nadenken, bedachtzaamheid, bezorgdheid; —leaa, a. — leasly, ad. onbedachtzaam, zorgeloos ; —leaaiieee, s.onbedachtzaamheid, gedachteloosheid.

Thousaiid (thauz'nd), a. duizend; m — to one, duizend tegen één; one in a —, één uit de duizend; — a of (people), duizenden (menschen); —, s. duizendtal; —tla, a. duizendste.

Thowl. s. zie Thole.

Thraldom (thróld'm), s. slaverny.

Thrall (thról), s. slaaf, slaverny; —, v. a. tot slaaf maken.

Tlirapple (thrtrp'l), s. strot, luchtpUp.

Tlirasli (thrceé), v. a. dorschen, afrossen, v. n. dorschen, zwoegen, zich aftobben; —er, s. dorscher; to get a sound —ing, een flink pak slaa? krijgen; — ing-floor, dorschvloer; —ing«iuachine,dorschmachine;—ing-aaiill, dorschmolen.

Thraaonical (threitonik't), a.; —ly, ad. anoe* vend, zwetsend.

Thrave (threiv), s. kudde, drift, 24 schoven.

Thread (thred), s. draad, garen; the — of life, de levensdraad; to loae the — of one'a narrative, den draad van z\jn verhaal verliezen ; —bare, kaalgesleten ; —bnreneaa. kaalheid; —-bobbin, garenklos; —houaewife, garenzakje; — lace, garenkant; —-paper, papieren garenklosje; —ahaped, draadvormig; —-tape, garenband; —, v. a. (een' draad) insteken, aanrygen, doorgaan; —en, a. van draad; —y, a. dradig, tenger.

Threat (thret), s. bedreiging.

Threaten (thret'n), v. a. dreigen, bedreigen; —er, s. dreiger; —ing, a. dreigend, a. het dreigen, bedreiging.

Three (thrt), a. & s. drie; rule of—, regel van drieën; by twoa and — a, by tweeën en drieën; — pair back,achterkamer op de derde verdieping; — cornered. driehoekig; —-decker, driedekker; —edged, driekantig; —-fold, drievoudig; —-footed, drievoetig;

THI. — THR.

Sluiten